Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 112

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 112

3 minuten leestijd

94 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.

die buiten de Gereformeerde Kerken staan; wat met een kerkelijk

karakter der Stichting kwalijk vereenigbaar ware.

Zij was van stonde aan, en is dit gebleven, eene instelling voor

de Gereformeerde gezindheid in haar geheel.

De Vrije Universiteit staat dan ook volstrekt buiten het kerkelijk

conflict van 1886 en daarop volgende jaren. Zeker is het niet door

haar in het leven geroepen; zelfs niet uitgelokt. Ook hier staat

het vlak omgekeerd, en ligt de schuld bij de Haagsche Synode alleen.

Had HELDRING in 1855 den toestand der Ned. Herv. Kerk tegen-

over het Synodale Reglement met slavernij vergeleken i), zoo

kwam onder Gereformeerden kort vóór 1886 wel de verzuchting

op, of niet wellicht, gelijk de HEERE Israël, na zeventig jaren, uit

de Babylonische gevangenschap had verlost, de Kerken eerlang

uit de Synodale banden van 1816 zouden worden vrijgemaakt.

Maar eenig plan bestond te dezen opzichte niet. Allerlei pogingen

tot kerkherstel waren mislukt. Men was thans geheel planloos.

Aan een ter-zijde stellen van de Synodale organisatie, waarop

O In De Vereeniging .• Chistelyke Stemmen, dl IX, blz. 724, schreef HELDRING: „Zegge

nog iemand; de slaven moeten geëmanicipeerd worden. Ik antwoord h e m : waarom

emancipeert gij niet eerst uw eigene Kerk van zulk eene dwingelandij." Van zijne

anti-synodale gezindheid gaf HELDRING ook blijk in hetzelfde tijdschrift, dl. II,

blz. 466. Hij stelde daar in een opstel: De Synode de v r a a g : „veronderstel dat de

Synode dit j a a r ophield te bestaan; zoude dat verlies zoo groot zijn ?" Hij komt

dienaangaande tot de conclusie: Wy kunnen de Synode zeer goed missen by de ont-

wikkeling van het kerkelijke leven.

„Maar" — dus gaat hij sarcastisch voort — „de Synode zullen wij missen, beide

in het scheppen en het handhaven van die reglementen, die zij als zeer gewigtig

beschouwt. Bijv. dat men bij de openbare godsdienst steeds eenmaal gezangen

moet laten zingen," enz..

Belangrijk zijn ook de volgende twee opstellen, die HELDRING in genoemd deel van

Vereeniging enz., en onder denzelfden titel liet verschijnen. Hij achtte het geheele

stelsel van besturende colleges — de Synode incluis — in strijd met het karakter der

Gereformeerde Kerk. Ik haalde daaruit een en ander aan in Het Reglement van

'52, blz. 86 en 87.

Iets soortgelijks als ik hierboven van HELDRING overnam aangaande de dwinge-

landij, waaronder zich de Kerk bevond, had zich in 1852 voorgedaan. De Haagsche

Synode wendde zich toen tot de Toscaansche regeering, om geloofsvervolging te

doen ophouden. Dit gaf WORMSER aanleiding tot de opmerking, dat de Synode in

1835 aan de Nederlandsche regeering verzocht had, eene krachtige aanschrijving

oit te vaardigen aan de officieren en ambtenaren van Justitie, „ten einde, ook

zonder afwachting van eenige Contraventie tegen de bestaande wetten met allen

ijver werkzaam te zijn ter handhaving der artikelen 291 tot 294 van het Strafwet-

boek van dit Koningrijk." Welk verzoek nooit is ingetrokken, zoo schreef hij.

W a a r n a hij aldus v o o r t g a a t : „Nu zou ik niet gaarne willen dat men aan de

Synodale-commissie wanneer zij zich tot den Hertog van Toscane of zijn regeering

wendt met het verzoek om de vervolgingen te doen ophouden, kon t o e \ o e g e n : „Gij

die eenen anderen leert, leert gij u zelven niet ?" " /^Brieven van J. A. WORMSER,

medegedeeld door MR. GROEN VAN PEINSTKHER, dl. I, bl. 295/96)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's