Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 233
REDE J. SCHOUTEN 205
omhoog, zij gaf aan dat volk zijne roeping te verstaan, en wees
het zijne plaats in het leven aan. Zij bracht tot dat volk het goud
der kennis, eene kennis, waarmede de eigen persoonlijkheid in
nauwe betrekking staat en die de liefde in het hart deed ontvlammen.
Wat dit beteekend heeft, het is bijna niet te zeggen. Wat dit
gebracht heeft in het leven van de gereformeerde volksgroep, het
is zeker niet in één enkel woord uit te drukken. Als wij hier
spreken van volkskracht, dan trachten wij althans op een enkel
punt die beteekenis te naderen. Volkskracht is het, welke zich in
de gereformeerde volksgroep heeft geopenbaard. En het is eene
volkskracht, welke van nu voortaan van dag tot dag wordt ver-
menigvuldigd. Zij wordt vermenigvuldigd, want de discipelen van
de V. U., zij keeren na voltooiing van hunne studie in het leven
terug. Zij gaan dat leven in, en zij dragen, door Gods genade be-
waard en geleid, het gereformeerde beginsel, dat zij aan hun Alma
Mater hadden geleerd, in dat leven uit. Zij wordt vermenigvuldigd,
want nóg grooter is de kring van discipelen. Wij allen zijn in de
school van de V. U. gevormd. Wij allen hebben geleerd van een
Kuyper, een Rutgers, een Woltjer, een Geesink, een Bavinck, en
een Biesterveld. Ik vraag U, wat zouden wij, naar den mensch ge-
sproken, op dezen dag zijn, als voor 50 jaar de V. U. niet was in
het leven geroepen; als die V. U. niet was geweest in ons leven
eene stuwende kracht, als die V. U. de stillen en eenvoudigen
in den lande niet had doen verstaan, wat hunne roeping was?
Waar zouden zijn onze vele predikanten, onze vele juristen,
onze vele litteratoren ? Waar zou die uitgebreide kring van
mannen zijn, die nu op verschillend gebied den gang van zaken
leiden, aan het leven stuur en aan de gereformeerde volksgroep
voorlichting en leiding geven? Ik vraag u, wat zouden wij, naar
den mensch gesproken, vandaag zijn, zonder onze V. U. ?
Ziet daar de beteekenis van onze Universiteit voor ons volk. Ik
geloof, dat ik het zoo mag zeggen, omdat ik daarin vertolk uw
eigen gevoelen. Gij allen, gij hebt geworsteld om te komen tot
kennis van het gereformeerde beginsel. Ik zie hier verschillende
gezichten van personen, waarvan ik zeker weet, dat zij na vol-
brachte dagtaak met moeite en inspanning het uiterste hebben
gedaan, om het werk van onze voormannen tot hun eigen gees-
telijk eigendom te maken. En zoo is, onder Gods zegen, gegroeid
dat gereformeerde volksdeel met een standvastig geloof, met een
vasten wil, met rustige kracht en onverwoestbare energie. Zoo is
gegroeid, dank zij Gods genade, onze eigen cultuur, vrucht van
het verstaan van het gereformeerde beginsel.
* * *
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's