Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 144
124 REDE MR TH. HEEMSKERK
en de menschelijke samenleving, trots alle zonde, gebrek en ellende,
tot hiertoe wordt in stand gehouden.
De Vrije Universiteit gaat dus uit van een dogma. O ja! maar
het hebben van een uitgangspunt bij wetenschappelijk onderzoek
is niet eene eigenschap uitsluitend van hen, die gelooven. Neen,
ieder, die zich aan zulk een onderzoek zet, heeft zulk een uitgangs-
punt, het moge hem dan min of meer helder voor den geest staan.
Het eenige onderscheid is, dat wie het geloof verwerpt, een ver-
keerd uitgangspunt heeft, humanistisch of materialistisch b.v„ en
dus reeds daardoor aan een groot gevaar is blootgesteld tot ver-
keerde resultaten te komen, of zich te beperken tot het vinden
van sommige feitelijke gegevens, zonder tot den onderlingen samen-
hang door te dringen, tot kennis dus, zonder wetenschap.
Het geloof in de Goddelijke openbaring is dan ook het eenig
juiste uitgangspunt voor het Universiteitsbegrip, berustende op
op wat in het Latijn genoemd wordt de Universitas Scientiarum,
waarmede wordt aangeduid, dat de wetenschap in al hare onder-
deelen en den onderlingen samenhang daarvan één geheel vormt,
dat alles omvat. Die onderlinge samenhang van alle onderdeelen
der wetenschap bestaat omdat zij wortelt in God. Ware dit niet
zoo, dan zou er geen reden zijn om dien samenhang aan te nemen.
De eenige maar afdoende reden om dien aan te nemen is het
geloof in God en in Zijne algemeene, universeele en bijzondere
openbaring
Onze Universiteit zou dit sterker en onweerstaanbaar openbaren,
indien zij volledig kon uitgroeien^ voor alle vakken en tusschen
alle faculteiten innige wederkeerige voeling steeds kon onder-
houden, en als wij op aarde volledig wetenschap konden hebben.
Maar onze afmetingen zijn nog bescheiden; de voeling moet vaak
op intuïtie berusten, en: wij kennen ten deele, zooals de Apostel
Paulus ons herinnert.
Toch staat zij op universitair standpunt in tegenstelling tot de
overheids-universiteiten, waar geen samenhang van alles vaststaat,
en waarvan het beginsel medebrengt, dat men tevreden moet zijn
met onsamenhangende fragmenten.
Brengen deze laatsten niettemin ook eenig inzicht in den onder-
lingen samenhang, dan is het slechts omdat de kracht der waar-
heid meerder is dan een verkeerd beginsel.
Het voorafgaande moge nog eenige toelichting vinden in eene
korte beschouwing van de verhouding der Vrije Universiteit tot
den Staat, de Kerk en de Gereformeerde volksgroep, die haar
onderhoudt.
1. De verhouding tot den Staat. Voorop ga, dat de Staat niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's