Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 121

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 121

3 minuten leestijd

REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS. 103

en Ds SIKKEL dit moest ervaren na zijn Vakorganisatie naar

Christelijke beginselen (1903) ')•

gaat hij voort — „moet het duidelijk gezegd, dat een volk nooit gered wordt met

sociale beloften en sociale hervormingen, m a a r slechts door in practisch leven

omgezette goede beginselen." Hij noemt het dan ook een smaad voor een hoog-

staand volk, dit „tot eerbiediging en verdediging van het gezag op te roepen

onder de belofte van sociale hervormingen."

De Schrijver acht noodig, „dat geheel onze samenleving los worde gemaakt èn

van de eigenlijke democratie, die anarchie is, én van de democratie [als parlemen-

tarisme, én — heel noodzakelijk — van de democratie als demophilie."

Aan de demophilie verwijt hij o.a., dat zij ondergraaft „de energie van een volk

door allerlei beloften, die een volk doen gelooven dat het ook zonder al te groote

inspanning wel door het leven zal komen," enz., (blz. 18) Hij oordeelt dan ook, dat

„gezinsloon" en „staatspensioen" des arbeiders energie benadeelen of zijn verant-

woordelijkheidsbesef schaden.

Volgens Jhr. Prof. Dr B. C. DE SAVORNIN LOHMAN [Themis, dl. 82 (1921), blz. 108,

getuigde het van „moed," dat ik „telkens en telkens weer de onvereenigbaarheid

der democratie — tenzij men het woord van zijn eigenlijke beteekenis ontdoet —

met de anti-revolutionaire beginselen" aantoonde.

E e n en ander schijnt er op te wijzen, dat van democratische zijde in Nederland

een sterk terrorisme heerscht, waardoor het belijden van de anti-revolutionaire

beginselen zeer moeilijk wordt gemaakt.

Hoezeer telkens gezegd wordt, dat in beide Kamers der S.-G. de rechterzijde

eene meerderheid heeft, voor wier behoud te strijden, christenplicht zoude zijn.

E n hoe staat het in dezen met de christelijke pers?

Naar mijne bestrijding van de democratie, door Mr LOHMAK vermeld, verwees

zij zoo goed als nimmer.

Het ernstige geschrift van Dr NEDERBRAGT zweeg zij dood.

Het forsche betoog van Ds SIKKEL is te-nauwer-nood bekend.

Voorts de vraag, hoe staat het met de Vrije Universiteit in dezen ? In hoever is

zij eene geduchte batterij, wier vuurmonden tegen dezen vijand dreunen?

') Dit geschrift is een pleidooi voor ware organisatie van het vak, in zijn g e h e e l ;

tegenover de „tegenwoordige zoogenaamde Vakorganisatie." V a n deze wordt ge-

zegd in de eerste der bij het pleidooi gevoegde stellingen, dat zij haren naam niet

verdient, wijl zij niet is „de organisatie van eenig Vak." In de tweede stelling:

„Zij miskent het organisme in Vak en Bedrijf; zij organiseert daarom niet, m a a r

zij desorganiseert." In de derde stelling: „Zij is van materialistisch beginsel en van

anarchistische strekking. Het is haar te doen om de macht voor de materiëele

krachtsontwikkeling, tot uiteenrukking van het georganiseerde menschelijke leven."

De vierde stelling i s : Zij is „organisatie" van Werklieden als werkkrachten,

allereerst in zoogenaamde „ Vakvereenigingen" die noch voor den W e r k m a n of zijn

gezin, noch voor eenigel Bedrijfsonderneming, noch voor een Vak, noch voor de

maatschappelijke verhoudingen, noch voor de gevolgen van h a a r eigen beslissingen

eenige verantwoordelijkheid dragen, en die onder geenerlei gezag en recht staan

van eenigen Arbeidskring."

De vijfde stelling: „Deze verhoudingen dwingen door h a a r Ipretensie en conse-

quentie de Werklieden, zich in haar zoogenaamd te organiseeren."

In de zevende stelling: „Zij maken zich meester van de macht over de Werk-

lieden. Zij dooden hun vryheid, om over zichzelf te beschikken;" enz..

In de achtste stelling: „Zij maken zich meester van de macht in het vak en in

de byzondere Bedrijven en Ondernemingen, door de arbeidsvoorwaarden van stuk tot

stuk te stellen, onder bedreiging van weigering der materiëele arbeidskrachten

door werkstaking."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's