Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 120
102 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.
STERER meermalen aangehaald, dat achter het woord democratie
zich verbergt de chaos').
In die lijnen, uitgestippeld, naar ik het zag, door de Gerefor-
meerde beginselen, had zich mijn onderwijs bewogen. Daarin ver-
andering te brengen, toen ik meende te bespeuren, dat de anti-
revolutionaire leden van de Tweede Kamer der S.-G. al meer eenen,
daaraan geheel tegenovergestelden koers schenen te volgen, die
mij vaak herinnerde aan GROEN VAN PRINSTERER'S woord van 1871,
dat het toen stemmen op de aftredende anti-revolutionaire Kamer-
leden, die zelfs de knie voor THORBECKE gebogen hadden 2), misdrijf
was 3), had mij — al ware het mij mogelijk geweest — vermoede-
lijk, en terecht, bij mijn gehoor alle crediet benomen.
Toch heb ik mij nimmer ontveinsd, dat, zoo mijne leerlingen de lijnen
zouden volgen, die ik trok, dit hun moeilijkheden baren kon, gelijk ook
Dr NEDERBRAGT in 1919 schreef, dat, na zijn Critiek der democratie,
het „democratisch zijn of niet zijn", hem wellicht treffen zou''),
') De la democratie en France fjanvier 1849), blz. 9 : „Le chaos se cache aujourd'hui
sous un m o t : Democratie!' Zie ook blz. lO'll. E n voorts mijn GROBN VAN
PHINSTEEER-«OOIÏ gevolgd, noot 162.
Wel heeft reeds D E CHATEAUEIAND gepoogd christendom en democratie te vereeni-
gen, door te spreken van christelijke democratie. W a a r o p VINET echter geantwoord
heeft: „le substantif dévore son adjectif. (Zie GROEN VAN PRINSTERER, Ongeloof en
Revolutie-, 2de dr., blz. 19, noot) Ook merkte destijds de Heer BRÜMMELKAMP in De
Hollander op, dat het woord dem,ocraat niet dekt tegen de revolutionaire beginse-
len, en men „met den naam „Christen" voor „democraat" te zetten niets wint."
(Zie mijn Beginselen en eischen, blz. 33)
2) Ned. Gedachten, 2de serie, dl. II, blz. 335.
^) T.a.p., 2de serie, dl II, blz. 339. „Toch was," dus schreef ik in 1920 {Studiën en
Schetsen enz., dl. XII, blz. 116/17): „het door dezen bedreven kwaad nog m a a r het
tiende, het honderdste deel van wat in het laatste tiental jaren van de anti-revolu-
tionaire Kamerleden werd aanschouwd." Ik achtte voorts niet waarschijnlijk,
dat het Kamer-personeel, hetwelk daaraan schuldig was, zich weder in frissche zelf-
standigheid zoude opbuigen, en meende, dat kracht slechts te wachten was van wie
zich geheel konden losmaken van de anti-revolutionaire verwording in het laatst-
verloopen kwart-eeuw.
Daar mij niet toekwam te spreken met het gezag van GROEN VAN PRINSTERER,
heb ik destijds slechts aanbevolen, in de anti-revolutionaire pers de v r a a g aan de
orde te stellen, of het herkiezen van de anti-revolutionaire Tweede-Kamerleden
plichtmatig, dan wel misdrijf was.
*) Aldaar bl. 27: W a a r n a de Schrijver vervolgt: „Maar als men eenmaal meent,
dat iets een kwaad voor maatschappij en staat is, ja, dat het veroordeeld wordt
door de beginselen naar Gods Woord en getuigenis, dan kan en m a g men die
beginselen niet loslaten en hetgeen men kwaad acht bevorderen of slechts dulden,
tenzij men het „democratisch zijn of niet-zijn" ontvliedende, onder een veel erger
vonnis vallen wil."
De Schrijver wijst, blz. 20, er op, hoe bij het bezweren van de revolutie te
onzent in 1918 „de formule van „snelle doorvoering van groote sociale hervormin-
gen" een zeer groote rol gespeeld heeft," en hoe dit bewijst, dat men de gevaren
der democratie niet heeft willen zien, althans niet erkennen. „En daarom", zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's