Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 171
REDE JHR MR CH. J. M. RUYS DE BEERENBROUCK 147
onderwijs in al zijn geledingen" niet dan na harden strijd ver-
kregen werd.
Zoo is na meer dan 25 jaren, die ons scheiden van de dagen,
waarin het pleit der Vrije Universiteit werd beslecht, de herinnering
levendig aan dien krachtman, wiens schier onovertroiïen krijgs-
manskunst zijn mannen ter overwinning voerde.
Op het graf van een beroemd staatsman staan deze woorden
gegrift, ontleend aan de Heilige Schrift: „De Koningen beminnen
hem, die rechtvaardigheid predikt". Rechtvaardigheid te betrachten
ook op het gebied van het Hooger Onderwijs was de inzet van
Kuyper's stoeren strijd. Zijn blik was een profetische, toen hij bij
de behandeling van zijn wetsontwerp in de Tweede Kamer de
woorden sprak: „Tenslotte heeft de historie over den strijd op
het gebied van het Lager Onderwijs recht gedaan en nu zal de
historie ook recht doen over den strijd, die hier voor de vrijmaking
van het Hooger Onderwijs gevoerd wordt".
Ziet hier. Mijne Heeren, het korte geschiedkundig tafereel,
dat voor ons opleeft, nu gij dankbaar de erfenis Uwer vaderen
gedenkt.
Niet op mijn weg ligt het aan deze leerrijke geschiedenis con-
clusies van erkentelijkheid en verantwoordelijkheid te verbinden,
die in Uwe kringen reeds jaren lang voorbeeldig getrokken zijn.
Wat ik U hier te zeggen heb, zeg ik in het belang onzer geheele
Volksgemeenschap, wier uiteindelijk heil ik zie in de erkenning
van den God, Dien wij allen te dienen hebben.
Mag ik U dan in naam van dat landsbelang vragen voort te
gaan met in Uw kringen gelegenheid te bieden tot beginselvaste,
godvreezen de scholing en vorming? De vruchten daarvan zullen
niet uitblijven: met orde en gezag, met liefde voor ons Vorsten-
huis, met een gezond zedelijkheidsbesef en met een hecht en on-
besmet gezinsleven zal ons volk, zullen staat en maatschappij in
de naaste en verre toekomst gediend zijn.
Al voelen wij den nood der tijden, die is de nood der zielen, wij
zullen, tot offers bereid, doen wat wij kunnen en geven, wat wij
hebben om aan een gelukkiger bestaan onzer medemenschen, die
bovendien onze landgenooten zijn, mede te bouwen.
Als eigen baat en eigen eer daaraan vreemd blijven, behoeft
ons streven nog niet eens te worden gewaardeerd, om aanvaard
te worden door een tijd, die zijn behoefte aan dit dieper leven
niet langer verbergen kan.
God zegene dan ook Uw offer van moeite, tijd en geld en
met Uw jeugd, hier groot gebracht, zegene hij de toekomst van
ons Volk.
'^£ZtissEew^i t
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's