Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 160
138 REDE MR G. H. A. GROSHEIDE
en ik moet toegeven dat mijn andere qualitas hier toch even om
den hoek komt gluren, dat ons Gereformeerde volk blijvend zal
geven wat voor het onderhoud der faculteit noodig is.
Thans vernam men althans niet, dat den nieuwen hoogleeraren
in de Wis- en Natuurkundige Faculteit wordt geprofeteerd, wat
men den benoemden in 1880 schijnt voorgehouden te hebben, dat
zij nog eens terecht zullen komen in de Toevlucht voor Behoeftigen.
Ik zou thans willen overgaan tot de eigenlijke overdracht.
Toch wil ik, vóór die plechtige daad te verrichten, nog een plicht
van warme erkentelijkheid vervullen. Het ligt zeker niet op den
weg van hem die geeft, om de gevers te bedanken. Voorkómen
moet hij echter, dat hem schromelijke ondankbaarheid zou kunnen
worden verweten.
Met blijdschap vermeld ik dan allereerst, dat de Minister van
Financiën vrijstelling van het schenkingsrecht verleende, mits de
vierde faculteit vóór 31 December e.k. tot stand kwame.
Ook hier een climax vergeleken bij 188Ö.
Intusschen, de Regeering kan gerust zijn. Den Minister van
Financiën kon reeds de heugelijke tijding worden gezonden, dat aan
deze voorwaarde t's voldaan.
Voorts, getrouw aan het U thans vertrouwde quot qualitates tot
personae, breng ik, als Voorzitter van het Uitbreidingsfonds, dank
aan het College van Directeuren voor zijn gunstige beschikking
om het voordeelig saldo van de Medische faculteit in het Uit-
breidingsfonds te doen storten.
Ten derde past mij een woord van hulde aan de organisatie
der Vereeniging en haren Admistrateur, den opvolger van den
ook thans dankbaar te gedenken Heer Jacob van Oversteeg, voor
het vele en belangrijke werk voor den arbeid der uitbreiding verricht.
Tenslotte, en hier vat ik al deze erkentelijkheidsbetuigingen saam
en bereik aldus den climax, voegt mij een toon van eerbiedigen en
innig gevoelden dank jegens God den Heere, Die Zijn volk willig
heeft gemaakt tot het volbrengen van dit grootsche werk.
Zoo ga ik dan. Mijnheer de Voorzitter, over tot mijn gewichtige
taak, de aanbieding van het Uitbreidingsfonds. Het Bestuur heeft
gezorgd, dat ook hier de band met het verleden kon worden ge-
handhaafd. Ik ga U voorlezing doen van de notarieele acte, die de
de samenstelling van het Uitbreidingsfonds constateert:
Heden den twintigsten October negentienhonderd dertig, ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's