Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 209
REDE F. L. VAN DER BOM 183
wist wie uit A of B was voortgekomen. Dat hebben wij te danken
aan Prof. Rutgers.
Prof Fabius was het, die jarenlang op de bres heeft gestaan in
den Gemeenteraad, en die daar ons Christenen geleerd heeft,
hoe ook in de gemeente-politiek men moet handelen naar het be-
ginsel, hoe wij daar ook hebben te vragen naar Gods Woord.
Aan Prof. Fabius hebben wij zeer veel in Amsterdam te danken.
Prof Woltjer heeft ons het Gereformeerde Gymnasium ge-
schonken, het eerste Gereformeerde Gymnasium, want in Zetten
was een Christelijk Gymnasium. Wij konden nu onze zonen in dien
gevaarlijken leeftijd waarin het geloof dikwijls ondermijnd wordt,
toevertrouwen aan Prof. Woltjer. Niet alleen echter door leider te
zijn aan het Gereformeerd Gymnasium, doch ook door zijn mede-
leven in het kerkelijk leven is hij tot voorbeeld geweest. Er ging
geen Zondag voorbij, of Prof Woltjer was altijd in de Keizers-
grachtkerk aanwezig.
Mijnheer de President. Waar deze vier mannen door de stichting
der Universiteit aan Amsterdam zijn geschonken, daar meent
Amsterdam-Centrum, in deze vertegenwoordigd door het Locale
Comité, in deze dagen der Ver. voor H. O. een klein geschenk te
moeten aanbieden. Het is een epidiascoop. Ik geefhetU in fotografie.
Het voorwerp zelf is reeds bezorgd op de Keizersgracht. Gij weet,
wat de bedoeling is van deze epidiascoop, n.1. om duidelijk te
maken, wat anders haast niet te ontcijferen is. Dat onderzoek, op
deze wijze gedaan, zal niet alleen op wetenschappelijk gebied, doch
ook op maatschappelijk gebied, ons leven vrij maken. Want hoeveel
jaren is het niet geweest, dat wij in de maatschappij staande, ons
beklemd gevoelden. Wij waren geloovigen, wij waren Christenen.
Maar hoe dat toe te passen in het maatschappelijk leven! In de
toepassing daarvan onderricht te worden, dat is de taak van de
Universiteit. Dat hebben wij van de Universiteit ontvangen en dat
hopen wij vele jaren van onze Universiteit te ontvangen.
Excellentie, U vergunne mij hier een enkel woord aan toe te voegen.
Amsterdam heeft, zooals ik het met een enkel woord schetste,
een groote schuld tegenover onze V. U. en die schuld moet worden
ingelost. Ten volle kunnen wij dat niet. Maar dan richt ik mij tot
U allen: morgenochtend om half elf hebt U gelegenheid om ons
Universiteitsgebouw te bezichtigen. Wij hebben daar een huis,
waarin in verschillende lokaliteiten de colleges worden gegeven
en daarom verzoek ik U morgen daar allen heen te gaan om eens
te zien, hoe bekrompen onze Universiteit is gehuisvest. En daar-
aan. Mijnheer de President, moet een einde komen. Het is mij
opgevallen in de geschiedenis van de V. U., die in deze dagen ons zoo
heerlijk in herinnering is gebracht, hoe deze in korten tijd gegroeid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's