Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 234
206 REDE J. SCHOUTEN
Thans nog iets over een ander punt. Wat is ons volk geweest
voor de V. U. ?
Ik doel hier niet op de materie. Ik denk hier niet aan geld.
Daarover hebben wij dezer dagen al verschillende malen met
elkander gesproken. Het is ook niet noodig^ daarvan nu nog veel
te zeggen. Want al wat de V. U. nog noodig heeft aan geld, om
haar aanvankelijk plan voor de beoefening der exacte wetenschappen
te kunnen verwezenlijken, te kunnen uitvoeren, en het uitgevoerde
te kunnen handhaven, het is beschikbaar, het ligt in het land ge-
reed. Als gij allen, die toch voor de V. U. werken, na afloop van
dit feest naar huis gaat, en uwe hulptroepen mobiliseert, ze onder
uwe leiding doet werken, dan hebt gij het geld slechts te halen,
het ligt overal op u te wachten. Ook daarom spreek ik daarover
niet. Ja toch, één ding wil ik er nog van zeggen. In dit verband
zij het mij vergund een eeresaluut te brengen aan Maassluis, de
geboorteplaats van Dr Kuyper. Wat in Maassluis gepresteerd is
voor het verschaffen van stoffelijken steun aan de V. U., wat thans
weer gedaan is, om het bedrag aan contributie op te voeren, dat
is eigenlijk een wonder, voor wien Maassluis en zijne economische
positie kent. Maassluis alleen telt 18 tot 20 leden van de Vereen,
voor Hooger Onderwijs op Geref. grondslag. Onder die 18 tot 20
leden is er één, die politieagent is. Als dit kan, zoudt gij mij dan
nog willen tegenspreken, dat het geld gereed ligt, dat het alleen aan
een gebrek in onze eigen activiteit is te wijten, als het niet over
enkele weken binnen is? Gij kunt dat niet. Gij moogt dat niet.
Ik wilde u zeer bepaaldelijk wijzen op de geestelijke beteekenis
van het gereformeerde volk in ons land voor de V. U. Toen de
ziel van dat volk ontwaakt was, toen zijn principieel leven op-
bruiste, ontstond die heerlijke mystieke wisselwerking tusschen
leven en wetenschap, waarover door meer dan één van onze voor-
mannen gesproken is. Het leven kwam met zijne vragen, met zijne
critiek en met zijne eischen. Het werkte bevruchtend. Het bracht
de Universiteit midden in het leven, te midden van ons volk. Het
bracht eene heerlijke eenheid, tusschen de geleerden en het gewone
volk, tusschen mannen van hooge wetenschappelijke statuur en de
eenvoudigen in den lande. Nog denken wij terug aan de vroegere
jaarvergaderingen, waar de stichters en voormannen van de V. U.
met al hunne familieleden op het podium zaten. Nog weten wij,
welke beteekenis dat had voor het gereformeerde volk. Het voelde
zich door die aanwezigheid als opgeheven. Het voelde zich in die
aanwezigheid in zijne waarde gewaardeerd. Het voelde zich door
die aanwezigheid geprikkeld om nög meer te doen, nög harder te
werken. Die wisselwerking is van het allergrootste belang geweest
voor onze V. U. Zij stuurde en stuwde de professoren der V. U.,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's