Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 92

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 92

2 minuten leestijd

76 ' REDE DR H. COLIJN

siteit leidde, geen roekeloos waagstuk. Daarom kon Kuyperineen

rede van 1912 spreken van een geloofsstuk.

Het geld, waarover in 1878 zorge was, is er gekomen. Daarvoor

heeft ons volk gezorgd. Door zijn jaarlijksche bijdragen. Ook door

zijn feestgaven. Een ton bij de oprichting. Een ton bij het zilveren

jubileum. Drie ton op ons gouden feest.')

En ik weet nu al, al zal ik het zelf wel niet meer beleven, een

half millioen bij ons diamanten jubileum over 25 jaar en een

millioen extra bij het eeuwfeest.

En de mannen van talent, waarover men zoo in zorg was? Met

vijf Hoogleeraren werd de moeilijke reis aangevangen. Drie in de

Theologische faculteit, één in elk der beide andere. Thans tellen

we één-en-twintig gewone professoren en twee buitengewone. Ook

hier heeft God ons ruimte gemaakt. Niet alleen dat we de drie

faculteiten van 1880 geleidelijk hebben kunnen uitbouwen, ook de

vierde faculteit, hoewel nog in allerprimitiefsten vorm, kwam,

dank zij Uwe offervaardigheid voor wat het geldelijke betreft, op

tijd gereed.

Natuurlijk zijn we nog niet waar we wezen moeten. Over 25

jaar moet ook de vijfde faculteit er zijn, en de bestaande vier

eischen uitbreiding. De jongste der vier steekt zelfs nog in het

kinderpak, maar ook de andere drie groeien, om bij deze beeld-

spraak te blijven, nog voortdurend uit de kleeren.

Het is wel niet meer zoo, dat één enkel hoogleeraar den last

eener gansche faculteit te torsen heeft, maar nog altijd volbrengen

onse professoren dooreengenomen een taak, waarvoor er elders

twee worden aangewezen.

Een voldoende bezetting der leerstoelen is niet eene zaak van

meer of minder gemak, maar daaraan hangt het welslagen van

het gestelde ideaal.

De Universiteit heeft een principiëele roeping. Bavinck heeft dat

scherp doorvoeld, toen hij zeide, dat één principiëele Universiteit

meer waard is dan een georganiseerd Leger des Heils. Want zij

heeft tot taak, naar de mate van het menschelijk kunnen, het

geheele gebied der Wetenschap te doorvorschen bij het licht van

Gods Woord. Dat is ook daarom zoo zwaar, wijl de Wetenschaps-

beoefening in de eeuw die achter ons ligt zich juist van dat

openbaringslicht heeft afgewend en derhalve de arbeid aan onze

Universiteit in menig opzicht van meet af aan nieuw beginnen

') Later gebleken belangrijk hooger te zijn, nl. f 432415.70'/2.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 92

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's