Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 12

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 12

2 minuten leestijd

4 GEBEDSURE

Zoo kunnen we ook deze persoonlijke gebedsuiting in onze ge-

meenschappelijke gebedsure overnemen.

We vinden hier een stuk gebedsleven, en laat mij dan in korte

trekken in verband met het doel van ons samenzijn, het gebed

voor onze jubileerende Hoogeschool, u mogen wijzen op: gebeds-

vertrouwen, gebedsdrang en gebedsverhooring.

„Gij hebt mijn stem gehoord." Hier spreekt zich het geloofs-

vertrouwen uit, dat bij het waar gebed wordt gevonden. Naar onze

schoone belijdenis behoort bij het oprecht gebed niet alleen ver-

ootmoediging voor Gods Majesteit, niet slechts grondige kennis

van onzen nood, maar ook dat wij dezen vasten grond hebben,

dat God ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om

Christus' wil zekerlijk wil verhooren, gelijk Hij in Zijn Woord

beloofd heeft.

Te midden van de bange ellende, van den zwaren strijd, zich

bewust van de groote schuld van zijn volk, vertrouwt Jeremia.

Gij hebt mijn stem gehoord, de stem van boete en schuldbelijden,

maar ook de stem, die riep om redding en bewaring. Babel was

oppermachtig, stad en tempel vormden een puinhoop, toch hoort

ge de taal van het geloofsvertrouwen.

Jeremia, de zoon van Hilkia, heeft zich rekenschap gegeven van

zijn stem, zijn gebed had de ware richting, hij vertrouwde, dat zijn

smeeking aan het rechte adres was gekomen, hij twijfelde niet of

zijn request was in de hand des Konings geraakt, of, wilt ge, tot

het oor des Konings was zijn stem doorgedrongen. Zijn gebed had

de poort des hemels bereikt. Het was de sleutel geweest, de poort

was opengegaan en zou zich nog openen.

Onder de nieuwere vertalers toch zijn er, die het werkwoord in

den tegenwoordigen tijd plaatsen: „Gij hoort mijn stem".

Wij zouden zeggen: verleden en heden sluiten zich bij elkander

aan. De vroegere ervaring van gebedsverhooring spreekt mede.

Jeremia wil zeggen: Wat Gij, o Heere, vroeger gedaan hebt, doet

Gij nog. Dat is Uw goddelijke regel in het verleden en voor het

heden. Hij sluit zich bij het verleden aan om in het heden zijn

betrouwen uit te spreken. „Gij hebt mijn stem gehoord en Gij

hoort mijn stem."

Zoo komt het waar geloof uit in het gebedsleven, het kennen en

vertrouwen beide.

Jeremia kent den Heere in Zijn volmaaktheden en rekent er mede

in het gebed; zijn geloof vertrouwt op Gods belofte en maakt er

staat op in het verheffen der stem.

Luther heeft gezegd: „De ware oorzaak des gebeds ligt in het

geloof aan God zelf", en de Schrift getuigt: „Die tot God komt,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 12

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's