Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 215
REDE DS T. FERWERDA 189
zoo te zeggen bij en daarom kunnen wij, nu hij hoort, al wat gij
zegt, hem wel niet welkom heeten in ons midden, maar hem des
te hartelijker welkom heeten buiten ons midden.
Nu hij dus weer bereikbaar is ook voor U, zou ik U willen
verzoeken om hem toe te zingen:
Dat 's Heeren zegen op U daal',
Zijn gunst uit Sion U bestraal.
Hij schiep 't heelal, Zijn Naam ter eer,
Loof, loof nu aller heeren Heer.
PSALM 134 : 3.
De vergadering zingt deze zegenbede den heer Idenburg toe,
waarna de Voorzitter het woord geeft aan Ds T. Ferwerda.
Rede van Ds T. Ferwerda.
Ik begin met, als uw aller tolk, ons groot leedwezen uit te spreken,
dat de heer Idenburg door ongesteldheid verhinderd is geworden,,
om, zooals aanvankelijk de bedoeling was, in deze samenkomst het
woord te voeren. Dat beteekent voor u en voor mij een teleur-
stelling, waarover wij ons niet dan met zekere moeite kunnen
heenzetten. Het blijft een gemis, dat wij op dit gouden feest de
stem niet zullen hooren van hem, dien wij zoo hartelijk liefhebben,
om zijn rijke gaven en zijn beproefde beginsel trouw, Maar ook hier
gebeurt niets bij geval en ik weet, dat ik weergeef wat er bij u
allen leeft, wanneer ik de hoop uitspreek, dat het God den Heere
behagen moge, hem en ons te verblijden door een spoedig en vol-
ledig herstel.
Hoezeer ik er, wat mij persoonlijk betreft, tegenop heb gezien om
iemand als den heer Idenburg te vervangen, dat brengt in dit geval
toch niet mee, dat ik om uwe aandacht vraag als om een gunst.
Ik weet, dat ik ze heb, ook zonder vragen. Want die aandacht hangt
niet in de eerste plaats af van den spreker, die het woord tot u
richt, maar wordt veelmeer bepaald door de zaak, die op deze feest-
dagen ons hart vervult. En die zaak is op haar beurt weer merk-
waardig genoeg om er enkele woorden aan te wijden. Laat ik haar
mogen omschrijven als: Calvinistische geestdrift voor de wetenschap.
Die geestdrift plaatst ons al dadelijk hierom voor een opmerke-
lijk verschijnsel in ons Nederlandsche geestesleven omdat hij zich
niet beperkt tot een kleine keurbende van geleerde corypheën,
maar als een kracht leeft in de harten van duizenden eenvoudigen,
die van de wetenschap in engeren zin, geen verstand hebben hoe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's