Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 37
REDE PROF. DR H. H. KUYPER 27
Vereeniging tot Verzorging van Krankzinnigen en van Gerefor-
meerd Schoolverband. Wanneer men weet, hoeveel moeite het
gekost heeft aan haar stichters, om als eerste kapitaal één ton
bijeen te brengen, dan mag wel dankbaar vermeld worden, dat
nog pas een even groot bedrag, nu door één harer vrienden in het
Noorden bij testament haar vermaakt werd. Maar wat vooral be-
wondering afdwingt is, dat ons Gereformeerde volk, dat niet uit
vele edelen en rijken bestaat, jaarlijks — ik neem den laatsten
staat — aan conti ibuties en collecten anderhalve ton voor onze
Hoogeschool schenkt. Een tweede voorbeeld van zulk een offer-
vaardigheid voor een school der wetenschap weet ik niet. Meer
waarde heeft echter nog de liefde, die uit deze offervaardigheid
spreekt, en het gebed, waarmede ons volk ons steunde. Bij dit
jubileum den dank onzer Hoogeschool daarvoor uit te spreken, is
meer dan een plicht, het is de drang van het hart. Een dank, dien
ik ook gaarne breng aan onze Directeuren, die zoo uitmuntend
voor haar financieele belangen hebben gezorgd. Mag ik hier in het
bijzonder den naam noemen van onzen tegenwoordigen President-
Directeur, den heer Colijn? Een dank, die ten slotte evenzeer toe-
komt aan onze Curatoren, die voor haar geestelijke belangen zoo
trouw hebben gewaakt.
Van den kring van Directeuren, Curatoren en Hoogleeraren die
bij haar stichting optraden, is nog slechts één overgebleven, de
oud-hoogleeraar Fabius. Al is hij niet meer aan onze Hoogeschool
verbonden na zijn eervol ontslag, toen hij den 70-jarigen leeftijd
bereikte, toch mag een woord van hulde voor wat hij voor onze
Hoogeschool geweest is niet achterwege blijven. Beter dan hij was
niemand in de geschriften van Groen thuis, wiens dankbare leer-
ling hij was. Met een vruchtbaarheid, die te meer eerbied afdwingt,
daar zijn professorale taak zoo zwaar was, heeft hij in tal van
geschriften de beginselen, die hem heilig waren, verdedigd. Het
frangi non flecti, liever te breken dan te buigen, was ook zijn
levensleus. Van schipperen of plooien heeft hij nooit willen weten.
Man van rotsvaste overtuiging stond hij dikwijls alleen. Moge God,
nu de avond zijns levens daalde, hem nog sterken voor de eervolle
taak, die hij in den Raad van State vervult. Maar al bleef deze
enkeling ons gespaard, met stillen weemoed gedenk ik, hoevelen,
die eens de roem en glorie onzer Hoogeschool zijn geweest, door
den dood ons zijn ontnomen. Mannen als een Kuyper en een Rutgers,
een Woltjer en een Bavinck, om alleen hen u te noemen, hebben
als sterren van de eerste grootte aan onze Universiteit geschitterd.
Het is een rijke genade Gods geweest, dat Hij, toen onze School
haar sporen nog verdienen moest, ons zulke mannen heeft ge-
schonken. Zij zijn het geweest, die aan onze Universiteit haar
,%> A-4.C** *t*>l^« .It
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's