Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 34
24 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
niet alleen de bestaande faculteiten op peil te brengen, maar ook
tot stichting te komen van een nieuwe faculteit. Dat hierin voor
een Universiteit, die van de offergaven van ons Gereformeerde volk
leven moet, een der moeilijkste problemen schuilt, waar het ging om
de stichting van de twee nog ontbrekende faculteiten, is duidelijk.
De geestelijke Faculteiten, zooals men ze noemt, vragen niet meer
dan het salaris harer Hoogleeraren. De Medische en de Wis- en Na-
tuurkundige Faculteit eischen klinieken, laboratoria, enz. die schatten
kosten. Voor de openbare Unversiteiten, die met beide handen in
's Lands schatkist of de Gemeentekas kunnen grijpen, levert dit geen
bezwaar. Evenmin in Noord-Amerika en Zuid-Afrika, waar de geld-
vorsten er een eer in stellen, millioenen aan de hoogescholen te
schenken. Maar zulke Maecenaten vindt men in ons land niet, al is er
— ik zal het u straks vertellen — een loffelijke uitzondering. Ook de
liberaliteit, waarmede de Belgische Regeering de Vrije Universiteiten
steunt, te Brussel en te Leuven, heeft bij ons geen navolging ge-
vonden. In de 23 Juni 1930 door Koning Albert onderteekende
wet wordt deze tegemoetkoming voor Leuven en Brussel bepaald
op drie-vijfden der credieten, die op de begrooting voorzien zijn
voor de Rijks-Universiteiten. Een bedrag van tien millioen francs
wordt dientengevolge tusschen Leuven en Brussel verdeeld. Bij
ons bepaalt de Wet, dat bijzondere Universiteiten jaarlijks f 4.000.—
ontvangen tot tegemoetkoming in de kosten der localen en heeft
de Regeering vrijwillig daaraan nog een bedrag toegevoegd van
twintig duizend gulden voor wetenschappelijke onderzoekingen.
Al is onze Universiteit voor deze hulp niet ondankbaar, toch steekt
deze luttele bijdrage maar al te sterk af bij hetgeen België voor
het vrije hooger onderwijs doet. Moge de tijd niet meer verre zijn,
dat ook in ons land dezelfde liberaliteit als in België voor het
bijzonder Hooger Onderwijs gevonden wordt. De krenking voor
ons rechtsbesef, dat ons Gereformeerd volksdeel door de be-
lasting een niet zoo geringe som heeft bij te dragen voor het
openbaar Hooger Onderwijs, in Amsterdam zelfs dubbel, omdat men
daar bovendien nog meebetalen moet voor de Gemeente Universiteit,
terwijl we voor onze eigen Hoogeschool zoo goed als niets ont-
vangen, zal dan eerst worden weggenomen. Intusschen al ontbrak
deze staatshulp, onze Universiteit mocht bij haar drie faculteiten
niet blijven stilstaan. Wat haar drong was niet alleen de verplich-
ting in de wet haar opgelegd, om wilde ze haar efifectus civilis niet
verliezen, telkens na een verloop van 25 jaar de ontbrekende facul-
teiten aan te vullen, maar veelmeer nog de eisch van haar beginsel
zelf, dat niet een deel, maar heel het terrein der wetenschap voor
het gezag van God en zijn Woord moest worden opgeëischt. Ze
begon met de Medische faculteit. De behoefte aan Christelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's