Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 88

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 88

2 minuten leestijd

72 REDE DS R. E. VAN ARKEL

Het is het gebed.

En dat is in dit geval het gebed voor onze Vrije Universiteit.

Ééns is deze Stichting onder gebed geboren. De mannen die haar

tot stand brachten in de kracht Gods, en onze vaders en moeders

die om hen heen stonden, — zij hebben biddende, worstelende bij

God, dit werk gedaan. Onze Universiteit is voortgekomen uit de

binnenkamer. 'Dhkv liggen de wortelen van haar aanvang.

En wij, die in deze dagen geroepen zijn tot gedenken, wij hebben

na vijftig jaren, ook dat gebedswerk te gedenken, waardoor deze

Stichting werd opgedragen aan den troon van den almachtigen en

ontfermenden God.

Hoe hebben de Jeremia's van die dagen geroepen, ja gekermd

tot God: „Heere, wij doen het om Uwentwil en om Uws grooten

Naams wil! Maar hoe zal het kunnen? Men zegt, dat het niet

mogelijk is, en ons verstand zegt het ook. Doch Heere, geen ding

is toch bij U te wonderlijk. O laat de wereld niet zeggen: Waar

is toch hunlieder God!"

Zoo is er toen geroepen naar den hemel.

En dat is nu voor ons eene ontzaglijke verantwoordelijkheid.

Een jonger geslacht heeft het in dit opzicht zooveel gemakkelijker.

Het heeft deze Stichting geërfd. Het heeft zich nooit zonder haar

gekend. Het gevoelt zich in haar bezit alsof het zoo behoort.

Maar wij mogen na eene halve eeuw dat gebedswerk van voor-

heen wel gedenken; gedenken, ook op ons blijde Jubileum, hoe

deze Universiteit onder tranen en smeeking is opgekomen; hoe ze

aan God overgegeven is, en uit Gods hand is bezeten.

En dan mogen wij wel bedenken, dat wij haar in geen anderen

weg kunnen behouden. Want de zegen des Heeren moet niet alleen

op de knieën ontvangen, maar moet ook op de knieën gehandhaafd

worden. Het waren bij Israel de priesters, die, naar Gods ordinantie,

de heilige schatten en zegeningen des Heeren door de woestijn

droegen. Zoo moet een priesterlij k-biddend volk den schat des

Heeren in deze dingen blijven voortdragen.

Ga daartoe van dit Jubileum opnieuw de opwekking uit.

En ja, — dan zullen wij bidden onder belijdenis van schuld.

Wij zullen het ootmoedig doen. Want deze verloopen vijftig jaren

waren ook jaren aan onze zijde van schuld, van ontrouw, van

lusteloosheid.

Maar daarom juist zal de lof des Heeren te hooger stijgen; —

de lof van Hem, die nooit met ons deed naar onze zonden, en

die in deze halve eeuw zoo onmiskenbaar' liet zien, dat Hij het

deed om Zijns Zelfs wil, dat Hij het deed in trouw over Zijn

eigen werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 88

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's