Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 49
EEREPROMOTIES 37
Maar daarnaast straalde de hooge, de edele opvatting van de
ondernemersfunctie door, in het leiding en voorlichting geven in
den politieken strijd, het deelnemen aan de parlementaire werk-
zaamheden. Voor gemeenschapsdienst werd niet tevergeefs een
beroep op den particulieren bedrijfsmagnaat gedaan: als hoofd der
delegatie van onderhandelaren met de Geallieerde Mogendheden
inzake Nederlandsch voedselvoorziening verrichtte hij belangrijk
werk. Toen in de fel bewogen Novembermaand van 1918 zijn over-
komst uit Londen dringend werd verzocht, gaf de romantische
tocht langs Fransche en Belgische kust het overtuigend bewijs
van de alles overwinnende liefde van dezen groot-ondernemer voor
Oranje en Nederland.
Schoone glans ook viel over de ondernemersfunctie doordien zij
gedragen werd door de idee, dat het economisch leven niet is een
stuk apart, staande buiten den invloed van de levensbeschouwing,
die wordt aangehangen. Eiken band tusschen economie en ethiek
te loochenen is voor menig grootondernemer het grondbeginsel
voor rationeele bedrijfsleiding. Henry Ford heeft in zijn Productie
en welvaart die wijsheid met akelige kilheid verkondigd in uit-
spraken als deze: „Een echt groot-bedrijf is te groot om menschelijk
te zijn". „Ons arbeidsbureau wijst niemand af om iets, dat hij
vroeger mogelijk gedaan heeft — hij is ons even welkom of hij
van Sing-Sing of van Harvard, uit de gevangenis of universiteit
komt, en wij informeeren zelfs niet aan welke van deze beiden hij
gepromoveerd is".
Dergelijk Fordisme wasenis Colijn vreemd. Hoezeer hij economisch
lev^en en leer wil brengen onder beslag der Christelijke ethiek
toont in deze periode de door hem doorgezette reorganisatie van
de Christelijke patroonsvereeniging Boaz, leidende tot de stichting
van een Christelijken Werkgeversbond, Christelijken Middenstands-
bond en Christelijken Boeren- en Tuindersbond. Saambinding van
Christen-patroons en Christen-werklieden onder eigen banier ter
bevordering van een gezonde bedrij fsgemeenschap was hierbij
leidend motief.
De afsluiting dezer periode bracht een daad van grootsche allure:
de particuliere economie werd verre gesteld beneden de nationale
economie, toen — met groote persoonlijke offers — 11 Augustus
1923 de portefeuille van Financiën werd aanvaard.
Hetgeen in deze derde periode tot verheffing van het economisch
leven werd gedaan, ligt nog zoo versch in het geheugen, dat met
summiere aanwijzing van enkelen hoofdzaken kan worden volstaan.
Toen door en na het oorlogsgebeuren onze staatshuishouding uit
het evenwicht was gerukt, heeft Colijn betoond de kracht om uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's