Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 146
126 REDE MR TH. HEEMSKERK
Regeering de studie op den grondslag der Roomsch-Katholieke leer.
Wordt een liberaal benoemd, bevordert zij afleiden van resulaten
uit de leer der Staatssouvereiniteit, die weer berust op het leerstuk,
dat er een wezen van geheimzinnigen oorsprong is, dat in zich-
zelf zijne hoogste wet vindt.
Er kan ook iemand benoemd worden van eene richting^ die uit-
gaat van de leer, dat de overheid zich moet laten leiden door een
gevoel of besef van recht, waarvan de oorsprong ligt in de men-
schelijke rede of althans in den mensch, en dus een humanistisch
en subjectivistisch karakter draagt.
Is de benoemde een aanhanger van de leer der volkssouvereiniteit,
dan bevordert de Regeering de beschouwing, dat de wil des volks
de oorsprong is van alle recht.
Is de benoemde een socialist, dan wordt de leer bevorderd, dat
het recht gevormd wordt door den wil van de arbeidersklasse, en,
wordt het scherp genomen, van het proletariaat.
Hoe men het neemt, bij iedere benoeming bevordert de overheid
eene richting, aanvaardt zij voor het onderwijs van den benoemde
een leerstuk of dogma als uitgangspunt, en ofschoon in geen geval
de resultaten van te voren vaststaan, heeft dat uitgangspunt daarop
toch machtigen invloed.
Had de hoogleeraar niets te doen dan feitelijke kennis te ver-
zamelen, dan zou het leerstuk waarvan hij uitgaat, niet van zoo veel
belang zijn. Maar zoo is het niet. Wetenschappelijke studie zoekt
tot den aard der dingen door te dringen en heeft de roeping om
den samenhang te verstaan. Daarbij is het leerstuk, waarvan men
uitgaat, van overwegend belang. Het moge in sommige andere
vakken dan het Staatsrecht iets meer subtiel in zijne werking zijn
en niet zoo dadelijk in het oog springen, invloed heeft het altijd.
Altijd komen deze vragen: Moet gezocht worden naar recht
verstand der Goddelijke openbaring ? Of stelt men zich op huma-
nistisch standpunt? Zoo dat de mensch uit zijne rede alles moet
opbouwen ? Of zelfs op materialistisch standpunt ? Zoo dat alles
slechts gaat om stoffelijke werkingen en stoffelijke belangen?
Bij iedere benoeming van een hoogleeraar bevordert dus de
Regeering eene richting in de wetenschap en omdat zij daarbij
niet altijd eenzijdig te werk gaat, is er ook geene eenheid in de
wetenschappelijke onderzoekingen aan Staats-universiteiten, die
dan ook in beginsel niet kunnen uitgaan van de eenheid der
wetenschap en dus niet van haar universitair karakter.
Nog erger zou het zijn, als de Regeering bij de keus der hoog-
leeraren academische voorlichting miste. Voor iedere Universiteit
— en dit geldt ook voor de onze — is zekere coöptatie van den
kring der geleerden onmisbaar, en die ontbreekt nooit geheel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's