Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 189
REDE PROF. MR A. ANEMA 165
De Voorzitter (Dr H. Colijn). Dit is, — er komen misschien nog
meer verrassingen — in ieder geval een verrassing, die een
zeer bijzonder karakter draagt. Dat de studenten in hun porte-
monnaie grijpen om de Professoren van behoorlijk meubilair te
voorzien, en dat zij dat doen tegelijk met het uitdeelen van een
standje aan Directeuren, dat is nu het voorrecht van de jeugd.
En dat kunnen wij ouderen in onze gereformeerde studenten ook
best verdragen. Want zij hebben bij gelegenheid ook wel eens wat
anders te zeggen. Ik ben gisteravond na het universitaire diner
even geweest in het gebouw van de Jonge-Mannen-Vereeniging.
Daar heb ik dezen zelfden rector enkele woorden hooren zeggen
tot de pas aangekomen studenten en toen heeft hij mij in het hart
gegrepen. Ik heb hem daar hooren zeggen woorden, die gedragen
werden door een diepen ernst, hoewel zij werden voorgedragen
op eene wijze, zooals men dat van studenten verwachten mag. En
daarom te meer wensch ik nu den rector van het studenten-corps
vanavond te danken, niet alleen voor die gift, die hij gebracht
heeft, hoewel ook deze op zeer hoogen prijs wordt gesteld, want,
nu wij bijna millionair geworden zijn, hadden wij daarvoor, é.ls
het moest, ook kunnen zorgen. Maar ik wensch tot hem namens
het College van Directeuren en namens alle vrienden van de V. U.
een woord te spreken in dezen zin. Wij verwachten van u, jonge
mannen, dat gij, wanneer gij het volle leven moogt ingaan, dat gij
dan op de plaats van al die mannen, die gij nu hier ziet, bij een
volgend jubileum, gelijke belangstelling, gelijke liefde, gelijke kracht
zult toonen voor de ontwikkeling van onze Universiteit, als het
huidige geslacht gedaan heeft.
Rede van Prof. Mr A. Anema.
Mijne Heeren Directeuren.
Het is voor mij een buitengewoon genoegen om van avond hier
voor Uw aangezicht te verschijnen. Want ik kom hier nu eens in
een rol die ik nog nooit, zoolang ik U ken, ten Uwen overstaan
gehad heb en die het mij eenigszins moeilijk doet vallen mijn
gevoelen onder woorden te brengen.
Toen ik een jongen was, hadden wij een groote prent, waar een
os op stond, die op zijn achterste pooten stond met een bijl in zijn
voorste pooten en de slager lag voor hem. Er onder stond: „Wel,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's