Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 62
50 EEREPROMOTIES
Doctor Bakker. Ik reken het mij een zeer bizonder voorrecht, de
eerste te mogen zijn, die U rechtens met dezen titel begroet. Ik wensch
U van heeler harte geluk met de welverdiende onderscheiding door U
verworven. En, al laat Uw gezondheidstoestand U tot Uw innig leed-
wezen niet meer toe Uw arbeid in Indië, die zoozeer de liefde had
van uw hart, voort te zetten, moge dan onze God u nog menig jaar
in ruste schenken, om de vruchten van uwen arbeid te aanschouwen!
Rede van Dr D. Bakker.
Ik zeg U, hooggeachte Promotor, hartelijk dank en in U den
ganschen Senaat van de V. U. voor de eervolle onderscheiding mij
verleend. Mijn werk in Indië werd helaas afgebroken, het is een voor-
recht te zien, dat het zooveel waardeering vond. Ook hartelijk dank
voor de waardeerende woorden, waarmede U mij hebt toegesproken.
Wanneer ik iets geweest ben voor de Zending en het kerkelijk
leven in Indië, ontvange God daarvan alleen de eer, maar naast
God, heb ik dit toch te danken aan de Alma Mater.
Ik heb 't groote voorrecht gehad aan de V. U. te studeeren in
de eerste jaren van haar bestaan. Wat een weelde was het de
colleges te volgen en den persoonlijken omgang te genieten van
mannen als Prof. Kuyper, Prof Rutgers, Prof. Woltjer en Prof.
Fabius om geen andere namen te noemen. Zij gaven richting en
vastheid aan het leven, waarvan men in later jaren pas de groote
waarde beseft.
Reeds in mijn jeugd gevoelde ik lust mijn leven te geven aan
den dienst der zending. Op 't Gymnasium en aan de Universiteit
was die begeerte eenigszins op den achtergrond geraakt.
Doch op 't Zendingscongres in 1894heeftDrKuyper door zijn uiteen-
zetting van de beginselen der Zending de oude lust weer opgewekt
en den stoot gegeven, dat het van de begeerte tot de daad kwam.
De gedachte leefde toen vrij algemeen, dat de zending naar Gere-
formeerde opvatting niet geschikt zou zijn om het hart van den
Oosterling te treffen. Voor mijn vertrek naar Indië raadpleegde ik
Prof. Rutgers. Deze nam die vrees van mij weg. Er is een werk
uitgekomen van den heer De Kat Angelino „Staatkundig beleid en
bestuursinrichting in Nederlandsch-Indië", waarin op meesterlijke
wijze wordt aangetoond, dat er geen absolute kloof is tusschen 't
Westen en 't Oosten. Prof Rutgers heeft toen met andere woorden
mij reeds hetzelfde gezegd. Zijne aanwijzingen zijn de richtlijnen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's