Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 156
136 REDE MR G. H. A. GROSHEIDE
bedrag. Eerst staande de vergadering werd deze t 100.000.— een
voldongen feit.
Toch wè,s de climax er.
In 1880 toch waren het schier enkelen en dan vermogende
mannen; thans had men, aldus Ds Rullmann, als uitbreidings-
kapitaal „een tweede tonne gouds" verzameld van rijken en armen,
grooten en kleinen. Opnieuw bleek daaruit, hoe de Vrije Universiteit
in het hart van ons volk leefde.
Zoo sprak dan ook Prof. Woltjer in zijn rede over de eerste
25 jaar der Vrije Universiteit aldus den leden en begunstigers der
Vereeniging aan: „Gij geeft Uw geld, dikwijls met zwaren arbeid
verdiend, voor een zaak, die naar Uw overtuiging door God gewild
is, en alzoo dient gij daarin met menschen, maar Hem."
En thans 1930. Na het zilveren jubileum ons gouden feest. Mogen
wij ook hier van een climax spreken?
Gelukkig ja. Op dit „gelukkig" mag wel alle nadruk gelegd.
Sinds 1905 toch had het er meerdere malen meer den schijn van,
dat het jaar 1930 zou leiden tot een met droefheid terugzien op
het verleden, dan tot in een juichend heden gedenken van de
groote werken Gods.
Vreest niet, dat ik Uw gerechtvaardigde feeststemming ga be-
derven, want ik mag in dezen stond over de jaren der Vereeniging,
die met een niet onbelangrijk financieel verlies sloten, het stil-
zwijgen bewaren. Slechts voer ik U in gedachten terug naar de
32e jaarvergadering der Vereeniging, te Haarlem, gehouden op
4 Juli 1912, waar Dr Kuyper's rede tot een haast bittere aanklacht
zich verscherpt, als hij toornt: „De twee bij stichting en jubileum
vergaarde tonnen gouds waren vrucht van enkeier inspanning,
maar feitelijk zijn Uw contributiën, die in 1886 op f 29.700.— stonden,
op even f 24.000.— teruggegaan. Waar is hier dan de groei? Waar
is de ontwikkeling van kracht?"
Spreker vervolgde zijn berisping: „Op het onmisbare van wis-en
natuurkundige faculteit wees niet lid op lid uit Uw midden, maar
pas een jaar geleden de man, die op het primaat in de letteren
beslag legde, onze Woltjer". Moge deze opmerking misschien niet
voldoende rekenen met de motie, in den Haag op 5 Februari 1902
aangenomen, niet valt te ontkennen, dat er van een krachtig aan-
dringen op die vierde faculteit toch moeilijk kon worden gesproken.
Doch, Gode zij dank, ook op dezen dag kan ik getuigen: „De
climax is er". Gij, Mijnheer de Voorzitter van het College van
Directeuren, hebt DRIE HONDERD DUIZEND GULDEN gevraagd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's