Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 183
REDE PROF. DR H. H. KUYPER 159
bovenal omdat niet het minst door zijn ijver de organisatie tot
stand is gekomen om te zorgen, dat onze Hoogeschool de gelden
verkrijgt voor de uitbreiding harer Faculteiten noodig.
Toch is het niet alleen voor die financieele zorgen, dat ik U
Mijne Heeren Directeuren onzen dank overbreng. Er is nog een
punt, waarop ik ten slotte U wil wijzen. Het bestaan onzer Uni-
versiteit hangt af van de liefde en de offervaardigheid van ons Gerefor-
meerde volk. Prof Anema heeft op de jaarvergadering te Arnhem
de verhouding tusschen de Universiteit en ons volk vergeleken bij
een huwelijk, waarbij onze Universiteit dan wel het mannelijke
en ons Gereformeerde volk het vrouwelijke element vertegen-
woordigt. Maar ook in de beste huwelijken komt wel eens ver-
schil tusschen man en vrouw voor. Een mijner gidsen in Zwitser-
land beweerde zelfs dat Schimpfen zu einer guten Haushaltung
behoort. Nu zou ik dit voor de verhouding van onze Universiteit
en ons Gereformeerde volk hem niet gaarne nazeggen, maar er
zijn toch wel eens differentiën van opiniën geweest, die aan den
band der liefde schade dreigden toe te brengen. Ik behoef slechts
te herinneren aan de bekende tooneelquastie en aan het kerkelijk
conflict. Het is niet het minst aan het wijs beleid en de krachtige
hand van onzen President-Directeur te danken geweest, dat deze
moeilijkheden uit den weg zijn geruimd en de vrede weer hersteld
is geworden.
Voor dit alles, wat ge voor onze Hoogeschool en voor ons, hare
hoogleeraren gedaan hebt, uw tijd, uw kracht, uw beste gaven
haar wijdende, en dat geheel belangeloos, niet om eenig eer-
betoon van menschen, maar alleen uit liefde voor onze Hooge-
school en het hooge beginsel, dat ze vertegenwoordigt, breng ik
onzen hartelij ken, diep gevoelden en innigen dank met de bede, dat
God de Heere onze Universiteit nog lang zulke Directeuren schenke,
als ze in U bezitten mag, onze school, en door haar ons land en
volk ten zegen en tot eere van onzen God.
De Voorzitter (Dr H. Colijn): Het ligt niet in mijn voornemen
om lederen spreker met gelijke munt te betalen. Ik vrees, dat wij
dan niet voor morgen 6 uur ons bed zouden zien.
Ik zal mij dus in mijn beantwoorden zeer bekorten. En wat
meer zegt, ik zal wellicht genoopt zijn om enkele sprekers niet
afzonderlijk te beantwoorden, maar wanneer het noodig blijkt, er
een paar tegelijk nemen in mijn antwoord. Met den Rector-Magni-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's