Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 242
212 REDE PROF. MR A. ANEMA
pleegt te bepalen tot een voorspelling over enkele uren en als zij
een enkele maal rept van „verdere vooruitzichten"^ deze meestal
aangeeft als „onzeker". Maar dat neemt niet weg, dat geschiedenis
en ervaring ons toch een en ander heeft geleerd, bij het licht
waarvan wij althans iets kunnen doen om te waken, dat voor
zoover zulks van menschen afhangt, de beste kansen worden ge-
boden voor een zoo ongestoord mogelijk voortbestaan, een zoo
zuiver mogelijk houden, een zoo krachtig mogelijk werken van
onze Calvinistische levensbeginselen.
Het menschelijk leven, het persoonlijk leven, zoowel als dat der
gemeenschap, wordt beheerscht door drie groote factoren : het hart,
de hand en het hoofd. Uit het hart zijn de uitgangen des levens;
daar, in voor ons ontoegankelijke diepte, draait God Zelf in de
wedergeboorte de kruk om, die ons centraal verandert, daar ge-
tuigt Zijn Geest met onzen geest dat wij Zijn kinderen zijn ge-
worden ; daar wordt in ons het motief wakker, dat wij geroepen
zijn tot werkzaamheid in Zijnen dienst, te Zijner eere. Dan komt
de hand in actie en grijpt in in het raderwerk van den gang van
zaken om ons heen. Zij pakt aan op de plaats waar de ordinantie
Gods op het grofst, op het schrijnendst wordt geschonden. Zooals,
om met Calvijn te spreken, de hond blaft en bijt naar wie zijn
meester aantast, zoo strekken wij de hand en ballen haar tot een
vuist tegen wie den schennenden schop richt naar de steenen,
waarmee wij den stadsmuur van Sion pogen op te bouwen. Maar
dat alles is nog niet meer dan het intuïtief-practisch verzet van
het oogenblik; zal dat alles blijvend zijn, dan moet het overleg,
het zir.aen en peinzen er bij komen, om de actie doeltreffend en
duurzaam te maken, dan moet het hoofd als de onmisbare derde
levensmacht stuur en vastheid geven. En wat zóó in het persoonlijk
leven geldt, stelt eveneens zijn wet aan het leven der gemeen-
schap, ook aan onze Gereformeerde levensgemeenschap. Daar wordt
de taak van het hart vervuld door de kerk, aan welke God Zijn
Woord toevertrouwde; daar wordt de taak van de hand vervuld
door de practische leidslieden op kerkelijk, staatkundig en maat-
schappelijk gebied, die naar dat Woord de gemeenschappelijke ge-
dragslijn vaststellen en uitvoeren; daar ziet de Universiteit zich
den arbeid toebedeeld van het hoofd, om door de beoefening der
wetenschap op den grondslag van het Woord de vaste en duur-
zame normen te preciseeren en uit te werken, die regelmaat, samen-
hang en welgegrondheid van den bouw van het geheel hebben te
waarborgen en te verzekeren. Natuurlijk is deze voorstelling van
zaken veel te eenvoudig, om de eindeloos ingewikkelde werkelijk-
heid volkomen weer te geven; er is allerlei wisselwerking onder-
ling, maar niettemin: zóó loopen de groote hoofdlijnen. Het is het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's