Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 243
REDE PROF. MR A. ANEMA 213
hart dat getuigt; dan komt de hand die zich opheft en eindelijk
het hoofd, dat den regel stelt en vasthoudt.
Welnu, ziet men dat eenmaal in, dan springt onmiddellijk in het
oog, waarom de stichters onzer Universiteit niet moede werden,
om steeds weer den nadruk te leggen op de centrale waarde der
Universiteit. Voor een blijvenden bloei onzer beweging is zij onmis-
baar, en zij vormt het element, dat het minst van de drie aan
heftige schommelingen onderhevig is. De hartklop des geloofs dreigt
in den strijd van het persoonlijke leven telkens te verflauwen, de
hand wordt vaak moede en mat, maar het hoofd weet bij dat alles
in den regel o zoo goed, boe God wil, dat het zijn zal. En al kan
ook hier door zelfbedrog en zondige afdwaling naar verleidelijke
theorie vertroebeling intreden, niet dlAr nijpt in den regel het
pijnlijkst de schoen. Zoo ook is het in het gemeenschapsleven;
kerk en practijk drijven midden op den levensstroom en schomme-
len dan ook met wind en weer mede; de wetenschap mist het
aantrekkelijke en het warme van hun bedrijvigheid, zij heeft iets
onaandoenlijks in haar teruggetrokken objectiviteit, maar dat geeft
haar dan ook het voordeel, dat zij door het gedruisch van den dag
niet zoo licht uit haar voegen wordt gerukt. Onaantastbaar is ook
zij niet, de dwaling kan haar besluipen, zij kan zich verliezen in
onvruchtbare versplintering. Als kerk en practijk schade lijden,
ontgaat ook zij op den duur den weerslag niet. Maar in vergelijking
met de beide andere machten is zij het minst onderhevig aan
stoornissen, zij vormt in het leger het blijvend gedeelte. Noem de
kerk de veer van het uurwerk en de practische leidslieden de wijzers
op de plaat, dan is de Universiteit de slinger, die aan het geheel
regelmaat van gang waarborgt, althans zoo lang niet de veer totaal
is stuk gesprongen en de wijzers er slap hangen bij te bungelen.
Of wilt ge anders : het geloof en de werken schenken het sappige
vleesch aan het lichaam onzer gemeenschap, maar de kennis ver-
strekt haar de stevigheid van de beenderen-structuur.
Het besef alzoo, dat ons in de Universiteit het doeltreffend en
onmisbaar middel is geboden, voor zoover dat van ons afhangt,
om diepgang en rustige vaart aan ons Calvinistisch scheepke te
verzekeren, zoowel bij hoogen golfslag als bij zachte deining van
het oppervlak der levenszee, heeft ons in deze dagen doen feest-
vieren met innige dankbaarheid als wij achteruit zagen, met warme
geestdrift als wij den blik vooruit richtten op de toekomst. Thans
neigen onze feestdagen ten einde en gaat het leven van den dag
zijn gewonen loop hernemen; gij vat uw dagwerk weer op en wy
het onse. Maar dagen als deze gaan niet voorbij zonder diepe sporen
na te laten. Verreweg de grootste zegen, die van zulke gezamen-
lijk doorleefde hoogtijdagen in het gemeenschapsleven uitgaat, is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's