Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 17
GEBEDSURE 9
lijke, geen verootmoediging noodig, geen belijdenis van zooveel,
dat niet is naar Gods heiligen wil? Gedenken we toch ook onze
zonden! Het: „Verberg Uw oor niet" past |ook bij ons Jubileum.
Als onze God met onze Hoogeschool in het recht wil treden, zou
ze kunnen bestaan en staande blijven? Dat alles wekke heden in
ons hart den waren gebedsdrang. Ook en vooral voor de toekomst
van onze Vrije Universiteit.
Jeremia spreekt tenslotte ook van gebedsverhooring.
„ Gif hebt U genaderd, tendage als ik U aanriep, en Gij hebt
gesegd: Vrees niet!'"
Treffende uitdrukking voor gebedsverhooring „Gij hebt U ge-
naderd." Gij sijt nabij gekomen. Ja, wat is verhooren eigenlijk
anders, dan dat de Heere Zijn dichte nabijheid toont, tot u afdaalt,
vlak als 't ware bij u komt om te helpen, te sterken, te troosten,
te redden, te bewaren, te verkwikken, te verblijden.
Het bidden zelf wordt genoemd: een soeken van des Heeren
aangezicht. Welnu, dan is het verhooren een vinden van Zijn
vriendelijk aanschijn, het antwoord van Gods wege: Ik kom. Ik
nader tot u. Des Heeren nabijheid op gansch den levensweg er-
varen, dat is echte gebedsverhooring.
Schooner uitdrukking is niet te vinden: Gij hebt U genaderd.
De Psalmist zong er van:
Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht.
Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht.
Zoo schiet er een straal van goddelijke vertroosting in Jeremiads
hart. Op zijn zuchten en roepen komt antwoord en dat antwoord
is — een naderen Gods.
En in dat naderen spreekt Hij ook. Op de stem des roepens volgt
de stem der verhooring, en Gij hebt gesegd: „Vrees niet!" Dus
niet slechts een stille zwijgende nabijheid, maar een spekend naderen
des Heeren.
Niets kon er voor Jeremia zoo bemoedigend zijn dan de zalige
wetenschap: Onze God nadert; ik hoor Zijn voetstappen, ik ver-
neem Zijn stem: Vrees niet!
In de oordeelen, om der zonden wil, had de Heere Zich ver-
borgen en — gezwegen. Maar zie nu, die wondere nadering, dat
spreken van het bemoedigend woord. De ondersteuning, de redding,
de kracht in den strijd, het wijken der vrees is er, als onze God
nadeft en — spreekt. Dat was verhooring.
En zie, als Hij nadert, is alles goed, dan is er veiligheid en sterkte.
Dan brengt Hij Zijn zegenende en milde handen mede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's