Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 48
36 EEREPROMOTIES
verkondigd, dat voor een bloeiend welvaartsleven improductieve
uitgaven voor leger en vloot door het aanvaarden der weer-
loosheid tot iederen prijs dienen te worden geschrapt. De
grooten in den economischen geslachte leerden het anders; niet
slechts een figuur als F r i e d r i c h L i s t liet in naam van het eco-
nomisch welzijn zijn roepstem voor doeltreffende verzorging van
leger en vloot uitgaan, niemand minder dan Adam Smith handelde
in zijn standaardwerk De Rijkdom der volken uitvoerig over den
plicht der landsdefensie, stelde algemeene weerplicht als economische
norm, en ving het Ie hoofdstuk van het 5e boek handelend over
De uitgave der verdediging^ aan met de zinsnede: „De allereerste
plicht van de Overheid is de bescherming der Maatschappij".
Door die beproefde waarheid geleid toonde Colijn zich doordrongen
van de gedachte, dat voor een geordend economisch leven doel-
treffende defensie-politiek niet is een bedreiging, maar een stut.
Met het aftreden als Minister van Oorlog in 1913 is de militaire
periode ten einde. Niet is de oude militaire mensch gestorven:
nog leeft hij voort met zijn vele deugden en enkele gebreken. Hij
leeft voort in den martialen hamerslag van den voorzitter Colijn,
in den pijnlijk-krachtigen handdruk, in de forsche en spontane
resoluutheid der beslissingen, waarbij een enkel maal kostbare
weefsels dreigen te worden verstoord, in den gloed waarmee tegen
alle defaitisme voor de eer van Nederland wordt gewaakt, in de
organisatorische kracht van den leider.
Die organisatorische kracht schitterde in de tweede periode:
van 1913 tot 1923 valt de handels-industrieele decade, waarin de
ondernemingsfunctie bloeide. IJverige beoefening vond de psycho-
logie van den ondernemer, — belangwekkende figuur, wier krachtige
openbaring voor het economisch welzijn van overwegend belang
is. Verrassend is het te zien, hoe veel van hetgeen Werner Sombart
en Richard Ehrenberg bij de boetseering van de ondernemers-
gestalte uitbeelden, wordt aangetroffen in de Colijn-statuur: het
rusteloos op verovering uitgaan, het zijn van veroveraar, ontdekker,
organisator.
Geadeld wordt die ondernemensfunctie door het vermijden van
de hebbelijkheid die zoo dikwijls als deugd wordt beschouwd; het
in onvoorwaardelijke overgave aan het bedrijf met min of meer
gematigde onverschilligheid zich afwenden van hetgeen met het
zakenleven niet in onmiddellijk verband staat, waarbij dan vooral
politieke en sociale bemoeiingen het deerlijk moeten ontgelden.
Van anderen geest toonde zich Colijn. Ook hij leefde in zijn
wereld-bedrijf; de terminologie mijn schepen, mijn vloot, mijn
bronnen, wezen in de dagen der Bataafsche op dat nauwe contact.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's