Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 127
REDE PROF. MR. D. P, D. FABIUS. 109
volk niet gebonden; aan de Gereformeerde waarheid alleen. Des-
niettemin moet tot ernstige zelf bezinning leiden; — ook de studenten
hebben daaraan indachtig te zijn —, indien eene klove schijnt te
gapen tusschen het leven, dat geacht kan worden uit de Univer-
siteit te vloeien, en de geestelijke gezindheid van dat volk.
Zoo moet tot nadenken stemmen, dat het soms is, alsof verflauwt
de strijd tegen de Synodale organisatie; hoezeer in haar wezen,
zelfs naar het getuigenis van niet-Gereformeerden'), volstrekt in
strijd met de Gereformeerde beginselen.
Niet minder het feit, dat het is, alsof de lijnen der doleantie,
immers altijd geoordeeld naar die beginselen te zijn, en die door
ons volk zeer helder begrepen zijn, en met liefde gegrepen, steeds
meer schijnen te vervagen.
Van aandrang bij kerkeraden en bij leden der gemeente op grond
van dezer ambt der geloovigen, om die organisatie ter zijde te
zetten, wordt niet meer gerept. Dat, waar met de organisatie is
gebroken, dit is geschied voor de gansche gemeente, gelijk zij toen
was, wordt weinig meer beseft. Van huisbezoek door den Gerefor-
meerden leeraar bij den Synodalen predikant vindt men nooit ge-
waagd; wel van vriendschappelij ken omgang tusschen beiden; soms
zelfs van deelnemen aan kerkelijke handelingen, over en weer 2).
') Dr G. J. Vos Az. schrijft, dat in de organisatie van 1816 een met de leer der
Gereformeerde Kerken „strijdig Kerkbegrip en Kerkbestuur gehuldigd werd."
(Geschiedenis der Vaderlandsche Kerk, 2de dr., blz. 399)
Dr KLEYN verklaart, met het oog op de inrichting der K e r k : „Indien eenige
regeling van de zaken der kerk, eenige kerkenordening ongereformeerd k a n
genoemd worden^ dan was het zeker het Kerkelijk Reglement van 1816." HFeiten
of verzinsels ? 1886, blz. 30)
Dr PRINS erkent, dat de organisatie van 1816 „aan de Kerk een gansch andere
inrigting (heeft) gegeven, dan zij te voren bezat." De kerkvorm — zoo gaat hij
voort — is „in eene synodale aristocratie gecentraliseerd, die zeer licht tot oligarchie
had kunnen overgaan." /^Het Kerkrecht der Ned. Herv. Kerk, blz. 67)
HELDRING oordeelt: „Zoo m a g de tegenwoordige kerkordening een vrucht der
revolutionaire beginselen heeten." fVereeniging: Christelijke Stemmen, dl X, blz. 69)
MENSINGA ziet in de organisatie „eenen onnederlandschen, onprotestantschen geest"
van kerkrecht rDe Gids, jg. 1847, dl I, blz. 449)
Reeds haalde ik hiervoren aan, dat volgens Dr GUNNING het bestuur is „uit den
geest der verdwaling en des afvals." CGeloof en Kerkvorm (1863) blz. 11) Ook ge-
waagde hij in dat geschrift van de „geheel onprotestantsche hiërarchie," door de
kerkorde van 1816 ingevoerd.
') Zoo meldden de bladen nog, dat 9 Nov. 1930 in de godsdienstoefening van de
Gereformeerde Kerk te Hooger-Smilde de predikant bij zijne afscheidspredikatie
ook den, daarbij aanwezigen Synodalen predikant toesprak „als vriend", en deze
zelfs daarna in de Gereformeerde Kerk het woord voerde. Zie ook mijn Kerkelijk
leven blz. 95.
Vooral onder de jongere predikanten schijnen de kerkelijke lijnen op bedenke-
lijke wijze te zijn verdoezeld. Of bij de kerkelijke examens te weinig naar kennis
van die lijnen wordt onderzocht?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's