Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 217
REDE DS T. FERWERDA 191
Ik verstout mij niet, zelt op deze belangrijke vraag het antwoord
te geven, maar ik laat hier een oogenblik een man tot u spreken,
wiens gezag ver boven 't mijne uitgaat en wiens naam nog steeds
in gezegend aandenken onder ons voortleeft: Groen van Prinsterer.
„Eén ding — schrijft Groen in het inleidend woord van „Ongeloof
en Revolutie" — ik weet en belijd het, één ding is noodig voor
allen. Niet als staatslieden of geleerden, als zondaars wenschen wij
zalig te worden. Eén weg, één waarheid is er. Ik vind de rust en
den vrede mijner ziel in de blijde boodschap dat er in het schuld-
verzoenend offer van den Zaligmaker, uit vrije genade, vergeving
en zaligheid is voor een iegelijk die gelooft. Ik wil op geenerlei
wijs den smaad dezer belijdenis ontgaan."
En dan gaat hij even verder aldus voort: „Eén ding is noodig,
maar wanneer wij dat eene bezitten, moet de vrucht ervan open-
baar zijn in alles. Wij willen, wat de behoudenis der zielen betreft,
niets weten dan Christus en dien gekruist, maar, indien wij dit
weten, moet die liefde voor Christus ons^ ter verheerlijking Gods,
overal waar Hij kan worden verheerlijkt, opwekken en dringen.
De prediking van het evangelie kan plaats hebben op velerlei wijs;
geen middel mag verwaarloosd worden, dat tot verstand en gemoed
den weg baant. Zoo verstaan, mag ook het getuigenis der ver-
schillende wetenschappen evangelie-belijden genaamd worden."
„De Christen zou — merkt hij verder op — ten onrechte meenen,
dat hij met het richtsnoer der Heilige Schrift de wetenschap niet
behoeft. De vreeze des Heeren is haar beginsel, maar het beginsel is
deheele wetenschap niet; deze wordt gevormd ook uit de overige
bestanddeelen, waarin zich het beginsel belichaamt. De evangelische
waarheid is de zuurdeesem, o ja! maar om het voedzame en smake-
lijke brood te verkrijgen, moet er bij den zuurdeesem deeg zijn. Het
deeg is noodig, zoo men prijs op degelijkheid stelt. Daarom zoeke
onze traagheid geen bedriegelijk voorwendsel in de algenoegzaam-
heid van Gods Woord. Men zou aldus tot een soort van God-ver-
zoeken worden verleid."
In deze treffende woorden, die in 1848 geschreven werden, trilt
reeds een onbewust verlangen naar een inrichting voor Calvi-
nistisch Hooger Onderwijs, hoewel Groen in die dagen aan de
mogelijkheid daarvan nog geen oogenblik heeft kunnen denken.
Maar hij is — en dat is het opmerkelijke in dit verlangen — be-
grepen door dat deel van ons volk, dat leefde uit het Gereformeerd
beginsel en toen Kuyper met degenen die hem steunden, in 1880
overging tot de verwerkelijking van Groen's min of meer onbestemd
uitgesproken ideaal, vond hij een breeden kring van christenen,
die dit geloofsstuk met geestdrift begroetten.
Die geestdrift was bij die duizenden in den lande gewekt op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's