Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 227
REDE DS T. FERWERDA 199
gedaan, dat wij één van hart en één van zin dit gouden jubileum
hebben meegemaakt. Het is een verfrissching geweest voor onzen
geest, dat wij in deze dagen nog eens weer in de herinnering hebben
teruggebracht den verrassenden zegen, dien God ons door mannen al5
Groen en Elout en Hovy, Kuyper en Rutgers, Woltjer en Fabius, om
van vele, vele anderen niet te spreken, heeft willen schenken. Die
generatie heeft haar tijd gehad, maar de vrucht van hun arbeid
blijft. En — „in de plaats van uwe vaderen zullen uwe zonen zijn."
Zoo keeren wij straks huiswaarts. En vinden daar weer onze
binnenkamer met het venster, dat uitzicht geeft naar buiten. Daar
buigen wij onze knieën voor God met de bede, dat Hijzelf door
Zijn Geest onzen geestdrift voor het heerlijk werk waartoe Hij
ons in Zijn wijngaard roept, heilige, dien meer en meer reinige van
alle vleeschelijk en zondig bijmengsel. Wij zien naar buiten en zien
als voor oogen, dat wij, bij den klimmenden ernst van onzen tijd, met
onze Calvinistische wetenschap nog lang niet zijn waar wij zijn moeten.
Wij zien het daarbuiten als voor oogen, dat, menschelijk gesproken
Het Handelsblad 't nog niet zoover mis had toen het vlak na de
opening onzer Universiteit sprak van een hopeloos pogen.
En dat uitzicht drijft ons terug naar de stilte van het vertrek om nog
dieper te knielen, nog inniger Hem te smeeken, om Wiens Eer en
Glorie het gaat. Want wij moeten, wij moeten toch naar buiten!
En hoe moet het dan gaan in de toekomst?
Ik denk hier onwillekeurig aan het mooie, rustige devies van
het Studentencorps, waarvan ik de eer heb, reunist te zijn.
Nil Desperandum Deo Duce, dat ik, niet letterlijk, maar vrij
weergeef in het woord, dat gloeit van heilige geestdrift: „wij Zijne
knechten zullen ons opmaken en bouwen en God van den hemel
zal het ons doen gelukken."
Antwoord van Prof. Mr A. Anema.
Broeders en Zusters,
Uit Uwe toejuichingen mag ik de gevolgtrekking maken, dat met
der daad curator Ferwerda op buitengewone wijze is geslaagd in
de moeilijke taak, die op hem rust. Ieder onzer, die wel eens een
spreekbeurt heeft moeten vervullen onverwachts, weet hoe moeilijk
dat is, en indien men dan nog een man als den heer Idenburg moet
vervangen, is het dubbel moeilijk. Hij had één ding voor, dat wij al
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's