Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 227

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 227

2 minuten leestijd

REDE DS T. FERWERDA 199

gedaan, dat wij één van hart en één van zin dit gouden jubileum

hebben meegemaakt. Het is een verfrissching geweest voor onzen

geest, dat wij in deze dagen nog eens weer in de herinnering hebben

teruggebracht den verrassenden zegen, dien God ons door mannen al5

Groen en Elout en Hovy, Kuyper en Rutgers, Woltjer en Fabius, om

van vele, vele anderen niet te spreken, heeft willen schenken. Die

generatie heeft haar tijd gehad, maar de vrucht van hun arbeid

blijft. En — „in de plaats van uwe vaderen zullen uwe zonen zijn."

Zoo keeren wij straks huiswaarts. En vinden daar weer onze

binnenkamer met het venster, dat uitzicht geeft naar buiten. Daar

buigen wij onze knieën voor God met de bede, dat Hijzelf door

Zijn Geest onzen geestdrift voor het heerlijk werk waartoe Hij

ons in Zijn wijngaard roept, heilige, dien meer en meer reinige van

alle vleeschelijk en zondig bijmengsel. Wij zien naar buiten en zien

als voor oogen, dat wij, bij den klimmenden ernst van onzen tijd, met

onze Calvinistische wetenschap nog lang niet zijn waar wij zijn moeten.

Wij zien het daarbuiten als voor oogen, dat, menschelijk gesproken

Het Handelsblad 't nog niet zoover mis had toen het vlak na de

opening onzer Universiteit sprak van een hopeloos pogen.

En dat uitzicht drijft ons terug naar de stilte van het vertrek om nog

dieper te knielen, nog inniger Hem te smeeken, om Wiens Eer en

Glorie het gaat. Want wij moeten, wij moeten toch naar buiten!

En hoe moet het dan gaan in de toekomst?

Ik denk hier onwillekeurig aan het mooie, rustige devies van

het Studentencorps, waarvan ik de eer heb, reunist te zijn.

Nil Desperandum Deo Duce, dat ik, niet letterlijk, maar vrij

weergeef in het woord, dat gloeit van heilige geestdrift: „wij Zijne

knechten zullen ons opmaken en bouwen en God van den hemel

zal het ons doen gelukken."

Antwoord van Prof. Mr A. Anema.

Broeders en Zusters,

Uit Uwe toejuichingen mag ik de gevolgtrekking maken, dat met

der daad curator Ferwerda op buitengewone wijze is geslaagd in

de moeilijke taak, die op hem rust. Ieder onzer, die wel eens een

spreekbeurt heeft moeten vervullen onverwachts, weet hoe moeilijk

dat is, en indien men dan nog een man als den heer Idenburg moet

vervangen, is het dubbel moeilijk. Hij had één ding voor, dat wij al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 227

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's