Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 239
I
ANTWOORD PROF. MR A. ANEMA 209
personen en zaken classificeeren en wetenschappelijk gevormde
menschen zijn daarin nog knapper dan een ander, maar Schouten
classificeeren, dat is zelfs den scherpzinnigste niet mogelijk.
Ik heb in mijn leven heel wat intellect moeten beoordeelen, maar
als ik dat intellect van Schouten zie, dan is dat zoo iets wonder-
lijks, dat ik het niet beter kan zeggen dan in den oud-gerefor-
meerden vorm van de Dordtsche Kerkorde: hij is een man van
art. 8. En van die bevoegdheid heeft hij ons in ruime mate weer
doen genieten vandaag door zijn kostelijk scherpe opmerkingen,
door de warmte, die uit zijn betoog altijd uitstraalt. Maar hij heeft
van dat unieke, van die art. 8-positie, een heel klein beetje vrij gebruik
gemaakt, door mij persoonlijk in het debat te betrekken. Maar Schou-
ten kan dat nu doen op een manier, die men hem nooit kwalijk neemt.
Als hij mij nu ook maar niet kwalijk neemt, dat ik op dit oogenblik
geen belofte afleg. Vragen staat vrij, maar niet antwoorden staat
ook vrij. Maar laat ik hem dit antwoord geven. Metterdaad, wanneer
van hem, die reeds zoo lange jaren mijn trouwe vriend is en dan
namens een vergadering als de Uwe, en in dagen als deze, een
dergelijke roepstem tot mij komt, dan mag ik dit wel zeggen, dat,
indien het nog noodig ware om bij mij aan te dringen, om gansch
mijn leven te stellen in dienst van ons Geloof en onze Wetenschap,
dan zou het wel deze roepstem zijn. Laat ik dit mogen zeggen:
ik zal doen wat ik kan en naar de beste wegen, die mijn geweten
mij aanwijst, om alles voor U te zijn en te doen, wat mij mogelijk is.
Nu heb ik een klein verzoek. Hier in de zaal is aanwezig
Mevrouw Rammelman Elsevier-Kuyper, de eenige van de zusters
van Dr Kuyper, die nog in leven is. Zij is 83 jaar. Zij is gelukkig in
het volle bezit van haar lichamelijke en geestelijke vermogens. Ik
mocht haar na vele jaren weer ontmoeten. Ik zou Mevr. Rammelman
Elsevier willen verzoeken, ons allen het groote voorrecht te gunnen,
om hier op het podium onder ons plaats te nemen.
(Mevrouw Rammelman Elsevier neemt onder warme toejuichingen
plaats op het podium.)
Daarna zingt de heer Caro drie liederen.
(ZANG).
De Voorzitter. Mijnheer Caro heeft nu drie verzen gezongen. Maar
het zou van zijn stem te veel vragen, indien hij onmiddellijk door-
ging. Ik zou thans dus eerst mijn slotwoord willen toespreken, waarna
de heer Caro nog eenige liederen zingt. Daarna zullen wij met
dankzegging eindigen.
V a 14*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's