Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 58
46 EEREPROMOTIES
Sinds dien, en vooral sedert de laatste tien jaren, vraagt niemand
meer van onze jonge studenten, die naar Holland vertrekken:
„Wat zoekt U in Nederland?" Ja, wij zijn zelf reeds zoo ver gekomen
dat onze studenten, die van onze Hoogeschool te Boedapest naar
Duitsche, Fransche, Engelsche, Schotsche of AmerikaanscheHooge-
scholen vertrekken, met een zekere ontevredenheid terugkeeren en
zeggen: „Daar en daar hebben wij het Calvinisme niet gevonden....
Nu zien wij eerst, dat wij in Hongarije in dit opzicht reeds veel
verder zijn dan in vele andere landen, Nederland uitgezonderd.
Uit deze enkele mededeeling kunt gij duidelijk zien, wat Uw
kerkelijk leven en Uw Geref. Theologie voor onze Hongaarsche
Kerken gedurende 20 jaren beteekenden. Want wat wij op het ge-
bied van de Gereformeerde ontwaking gedurende de laatste tien
jaren met de hulp des Heeren bereikt hebben, dat kunnen wij al-
leen en uitsluitend aan U en aan Uw zegenrijken invloed danken.
In dezen wonderbaren arbeid heeft de Heere, onze groote God,
een bescheiden taak ook op mijn zwakke schouders gelegd. Door
Zijn machtige hand geholpen, was ik ook in staat mijn bran-
dend hart als sacrificium tot Zijn Eere omhoog te houden
Maar mijn beschaming was toch zeer groot, toen ik hoorde, dat
gij van mijn bescheiden arbeid niet alleen waardeerend hebt kennis
genomen, maar zelfs mij een onderscheiding hebt voorbereid, die
als de hoogste droom en het heiligst eereloon voor ieder Geref.
theoloog mag genoemd worden.
Want ik sta, dank aan den Heere, in onze Kerken niet alleen.
Er zijn van jaar tot jaar steeds meer zielen, die voor de Geref.
waarheid met geheiligd vuur opstaan en die misschien nog meer
werken dan ik met mijn zwakke krachten doen kan
In het licht van deze zeldzame en voor mij buitengewoon ver-
eerende onderscheiding, sta ik dus met mijn arbeid en persoonlijk-
heid zeer beschaamd. En hoe meer ik eraan denk, hoe meer ik
tot de overtuiging moet komen, dat ik met de hulp des Heeren
nog zeer veel moet werken, om mijn dankbaarheid jegens deze
vermaarde en op deze wereld geheel alleen staande Universiteit
eenigszins te kunnen bewijzen. Maar ik voel het ook, dat dit
tegelijk een verplichting voor mij meebrengt, evenwel een ver-
plichting welke heerlijk is om te dragen en welke een rijk pro-
gramma is voor heel mijn verdere leven. Moge de Heere geven,
dat ik de vruchten van mijn arbeid aan Uw Hoogeschool mag
opdragen.
Maar geheel afgezien nu van mijn bescheiden persoon, moet ik
U ook met blijdschap melden, dat onze Gereformeerde broeders en
zusters in Hongarije deze onderscheiding met de grootste dank-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's