Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 123
REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS. 105
zelden tot te grooter vastberadenheid, waaraan soms zelfs het ge-
vaar van overijling niet ontbreekt. Ook bedenke men wel, dat zwak
beginselleven voor jongeren het ernstige gevaar biedt, dat zij in
verkeerde beginselen de frischheid zoeken, waarnaar hun gemoed
dorst, en die de betere beginselen niet schijnen te geven; of wel,
dat zij die verleptheid gebruiken als voorwendsel, om eenen ver-
keerden koers te volgen.
Aan mannen van sta-vast heeft onze tijd, bij zijnen stormvloed
van drogredenen, bij uitstek behoefte; aan mannen, die stand
houden, ook, ja, dan vooral, wanneer die drogredenen binnensluipen
in de christelijke kringen; aan mannen, bezield met iets van de
door THORBECKE aan GROEN VAN PRINSTERER toegeschreven „ter-
rible vrijmoedigheid"; aan mannen, die met CAPADOSE de demo-
cratie vloeken als demoncratte, die met GUIZOT en GROEN VAN
PRINSTERER in haar slechts zien den chaos, de anarchie; mannen,
die, naar Dr GUNNING'S woord (maar nooit door een mannelijke
daad bezegeld) de Synodale organisatie geboren heeten „uit den
geest des afvals," haar alzoo een werk des duivels achten; man-
nen, die met Ds SIKKEL van de zoogenaamd christelijke, zooge-
naamde vakorganisatie duchten een leiden naar het rijk van den
Antichrist.
Het is die taal, welke ons Gereformeerde volk verstaat en be-
aêmt; welke het wenscht in de christelijke pers; welke het verwacht
van onze mannen in de Staten-Generaal; van welke het vertrouwt,
dat zij gehoord zal worden in de collegezalen der Vrije Universiteit.
In dien geest moeten onze jongelingen worden gevormd. „Leer
den jongen de eerste beginselen naar den eisch zijns wegs, als hij
ook oud zall^geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken." (Spr. 22:6)
Maar de Universiteit — zoo is door wijlen den hoogleeraar
SIMONS gezegd — maakt door de bekrompen sfeer, waarin hare
kweekelingen worden opgeleid, hen voor het rechterambt weinig
geschikt. Misschien kon voorloopig worden volstaan met daartegen-
over te wijzen op den illustren President van ons hoogste rechts-
college, op wien de Vrije Universiteit als haren kweekeling roem
draagt.
Maar ook wordt menigwerf voorbijgezien, dat wie in zekeren zin
de meerderheid in het leven vormen, juist het meest aan het ge-
vaar van bekrompenheid bloot staan. Zij toch vinden in hunnen
kring alle krachten, die zij behoeven. Terwijl de minderheid zich
dikwijls genoopt zal voelen, hulp te zoeken buiten hare grenzen.
„En er werd geen smid gevonden in het gansche land van Israel;
„Daarom moest gansch Israël tot de Philistijnen aftrekken; opdat
een iegelijk zijn ploegijzer of zijne spade, of zijne bijl, of zijn hou-
weel scherpen liet." (1 Sam. 13 : 19a en 20)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's