Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 45
EEREPROMOTIES 33
bureau zijn in de arbeidscampagne geen onbekende grootheden,
maar toch zou naar academischen trant hier meermalen het bordje
„cubicula locanda" kunnen worden aangeslagen. Mailboot en
spoorweg-coupé, auto en vliegmachine, zelfs prauw en rijpaard
moeten tot de veelbenutte en niet ongewaardeerde verblijfplaatsen
worden gerekend.
Dit nu is het merkwaardige van dit leven onder hoogen druk,
dat in alle periodes, hoe scherp uiteenloopend ook, ongemeene be-
langstelling voor en groote verdienste ten opzichte van de behan-
deling der economische vraagstukken valt te loven.
Met verwaarloozing van bijkomstigheden, kan het arbeidsleven
van Colijn in drie groote phasen worden onderscheiden: Eerst de
militaire periode, voor een goed deel saamgestrengeld met de
koloniale, die, al eindigde het actief dienstverband reeds vroeger,
haar afsluiting vond in het aftreden als Minister van Oorlog en
als Minister ad interim van Marine in 1913. Dan volgt het optreden
in het particuliere ondernemingsleven, de handels-industrieele
periode. Eindelijk vangt in 1923 met de aanvaarding van het
ministerschap van financiën aan een tijdvak van gemeenschapsdienst
tot herstel van het economisch leven, nationaal en internationaal.
Gekunsteld schijnt het verband op deze universitaire plechtig-
heid gelegd met de militaire periode. Wel zeer scherp gescheiden
toch zijn de militaire en academische sfeer ; universiteit en kazerne
stonden meermalen als vijandelijke machten tegenover elkaar. Met
name tusschen de uitoefening van het militair bedrijf en het be-
trachten der economisch leeringen achten velen elk accoord
uitgesloten.
Daartegenover heeft de militair Colijn met woord en daad ver-
dedigd de gedachte, dat zorg voor de landsverdediging voor gezond
economisch leven niet is eene vijandelijke figuur maar essentieel
element.
Reeds vanaf 1897 werd de officier Colijn doorloopend belast met
bestuursfuncties in onderworpen gebieden; als zoodanig werd door
hem het geordend bestuur in een groot deel van Atjeh en onder-
hoorigheden voorbereid en doorgezet. Dat daarbij economische
aangelegenheden, als de regeling van het belastingwezen, eene
voorname plaats innamen, ligt in de rede. Sterker aandacht werd
aan haar gewijd, toen Colijn tusschen 1901 en 1904 in kwaliteit
van adjudant van den Generaal van Heutsz zich kon geven aan
de theoretische bestudeering van economische vraagstukken en
practisch had mee te werken aan hervormingen als de regeling
van de in- en uitvoerrechten der onderhoorigheden van Atjeh en
door hem werden bewerkt de voorstellen met betrekking tot de
schepping van de vrijhaven Poeloe Weh.
V. ü. 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's