Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 176

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 176

2 minuten leestijd

152 REDE PROF. DR J. RIDDERBOS

Jeremia klaagt over de teleurstelling, die hij in zijn ambt onder-

vindt. Als hij terugdenkt aan het oogenblik van zijn roeping, dan

jubileert hij niet, dan komt over zijn lippen niet een danktoon,

maar een klacht over zijn God: „Gij hebt mij gelokt, Heere! en ik

liet mij verlokken". Daar is in Jeremia's ziel iets van een twisten

met den Heere; en het is, als wil hij zijn God er een verwijt van

maken, dat Deze in zijn jeugdig gemoed de bereidheid, de geestdrift

voor het profetische ambt heeft opgewekt. Het is, als beklaagt hij

zich, dat hij als onervaren jongeling door dien God op dezen weg

is gebracht, niet wetend, noch vermoedend, wat hem daar te wachten

stond.

Inderdaad, het kan moeilijk zijn, ook in een weg van Goddelijke

roeping.

En toch — Jeremia had ongelijk. De geschiedenis heeft getoond,

dat zijn God het beter wist' dan hij: hoe zwaar zijn arbeid was,

God heeft hem ertoe gesterkt; en hoe vruchteloos zijn prediking

ook scheen te zijn, zijn profetisch woord is de eeuwen door voor

de kerk des Heeren tot een onberekenbaren zegen geweest.

Datzelfde geldt van allen arbeid, die ligt op den weg der roeping

Gods. Het geldt daarom ook van den arbeid der Vrije Universiteit.

Die Goddelijke roeping, waarvan de stichters zich voor een halve

eeuw bewust zijn geworden, kan niet liegen. Wat wel kan, is dit,

dat wij ontrouw worden. Maar zoo de Universiteit en de Ver-

eeniging, die haar draagt, vasthoudt aan het hooge ideaal eener

wetenschap, die zich laat leiden door het licht van 's Heeren Woord,

en alzoo blijft opheffen de banier, waarin het „pro lege, grege et

rege" is geschreven — dan mogen we de toekomst tegemoet gaan

in dit vertrouwen, dat die God, die haar totdusver heeft geleid,

haar bij den voortduur zal omringen met Zijn gunst. Dat Hij al

haar gebrek vervullen zal, en haar in al haar zwakheid zal schragen

door Zijn sterke hand. Dat Hij haar zal kronen met goedertierenheid

en met barmhartigheden; haar jeugd vernieuwen altijd weer; en

aan haar vervullen Zijn belofte (Jes. 40 : 30 v.):

De jongen zullen moede en mat worden^ en de jongelingen

zullen gewisselijk vallen;

maar die den Heere verwachten, zullen de kracht ver-

nieuwen, zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden,

zij zullen loopen en niet moede worden, wandelen en niet mat

worden.

Ik heb gezegd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 176

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's