Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 38
28 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
eereplaats hebben geschonken. Hoe moeilijk het was voor de
generatie, die na hen kwam, om de opengevallen plaatsen te ver.
vullen, behoef ik u wel niet te zeggen. Moge het schoone woord
van Longfellow ons tot bemoediging strekken:
Lives of great men all remind us
We can make our lives sublime,
And departing leave behind us,
Footprints on the sands of Time.
Zoo blijft mij, na dit korte overzicht van de ontwikkeling onzer
school in deze vijftig jaar van haar bestaan te hebben gegeven,
ten slotte nog de taak over, om haar beteekenis u te toonen, of
wilt ge liever, de vraag te beantwoorden, in hoeverre zij aan hare
hooge roeping heeft voldaan, en trouw aan haar beginsel is ge-
bleven. Ze trad op, laat mij daarop in de eerste plaats u wijzen,
als Vrije Universiteit. Ze wilde geen overheersching van den Staat,
maar evenmin van de Kerk. Ze vroeg voor de wetenschap de
souvereiniteit in eigen kring, opdat ze naar eigen aard zich ont-
wikkelen kon. Zoolang ze noch met den Staat, noch met de Kerk
in relatie stond, heeft ze deze autonomie het zuiverst kunnen be-
waren. Ze benoemde zelf haar Hoogleeraren, en stelde zelf den
gang van het onderwijs vast. Ze liet door geen Staat of Kerk zich
de wet voorschrijven. Die onbeperkte vrijheid heeft ze niet kunnen
behouden. De effectus civilis van haar graden, heeft haar onder
toezicht van den Staat gebracht en het contract, dat ze met de
Gereformeerde Kerken sloot, stelde haar Theologische Faculteit
onder het toezicht dezer Kerken. Maar al ontken ik niet, dat hierin
eenig gevaar school — Dr Kuyper zelf wees daarop in zijn laatste
rede, die hij voor de jaarvergadering onzer vereeniging hield —
toch meen ik, dat zij daarom haar beginsel niet verloochend heeft.
Ook bij de ontwikkeling van het volkenrecht heeft men wel inge-
zien, dat waar saamwerking tusschen de naties noodig is, de ab-
solute souvereiniteit van elk volk niet is te handhaven. Al te zwaar
zijn de eischen, die de Regeering ons gesteld heeft voor de er-
kenning onzer graden niet, en de Commissie, onder wier toezicht
we door de Regeering zijn gesteld, heeft zeker geen despotieke
macht over ons uitgeoefend, maar veeleer ons geholpen om onze
belangen te bepleiten. Voor de hoffelijke en vriendelijke wijze,
waarop ze haar taak heeft opgevat, breng ik haar dank. Moeilijker
was het vraagstuk van de verhouding tot de Kerk. Hier vooral
lagen voetangels en klemmen. Dat de Kerk, die de opleiding harer
Dienaren aan de Universiteiten toevertrouwde, dan ook het recht
van toezicht moet kunnen uitoefenen op haar Theologische Hoog-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's