Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 223
REDE DS T. FERWERDA 195
spotters, maar de leer zelfs van nuttige, brave, practische huis-
vaders en huismoeders die door hun handel en wandel de voor
het christendom zoo gevaarlijke leer voortplanten, dat de deugden,
om welker bezit men tot nog toe tot een geopenbaarden godsdienst
detoevluchtnam, ook zonder dezen weliger dan ooit kunnen bloeien.
Kortom, wie oogen heeft om te zien, hij aanschouwe, wie ooren
heeft om te hooren, hij hoore, en hij zal verbaasd staan over een
zoo radicalen ommekeer in de zienswijze van de meerderheid der
beschaafden in het Westelijk Europa en ook in Nederland ge-
durende de laatste 30 k 40 jaren. Een hoogst merkwaardig feit is
en blijft het — gaat 't blad voort — dat wij, zonen van het laatste
vierde der 19e eeuw overtuigingen zijn toegedaan welke een slag
in het aangezicht zijn van de eeuwen die ons zijn voorgegaan en
die onze vaderen, ook de minst bekrompene onder hen, zouden
hebben doen gruwen" En hiertegen acht nu het blad de op-
richting van de V. U. „een alarmkreet, een daad van verzet, een
ernstig en wel doordacht middel van verdediging."
Het citaat is wat lang uitgevallen, maar ik meende het in zijn
geheel te moeten geven, omdat het niet alleen van radicaal vrij-
zinnige zijde onomwonden getuigenis aflegt van de dringende
noodzakelijkheid van een op Gods Woord gegronde wetenschap in
een land en een wereld, waarin het volksleven almeer van dat
Woord vervreemdt, maar ook, omdat wij meer dan één somberen
trek, die in de teekening van den geestelijken achteruitgang, die
een halve eeuw geleden reeds zoo zorgwekkend ver was gevorderd,
nog verscherpt terugvinden in het beeld van onzen eigen tijd.
Er zijn, wanneer wij door het venster van onze binnenkamer
naar buiten zien, soms oogenblikken, waarin wij den methodist
kunnen verstaan en met den piëtist kunnen meevoelen, wanneer
die de gordijnen dichtschuift. Er is in het uitzicht naar buiten veel,
dat het godvruchtig hart pijn doet en dat als een zwaard gaat
door de ziel van ieder die zijn Heiland liefheeft. Ons oog valt dan
op een cultuur, waarvan de weelde ook ons niet zelden in ver-
rukking brengt. Er gaat van de schitterende glorie van het wereld-
leven een bekoring uit, die niet nalaat, indruk te maken door haar
wegsleepende aantrekkingskracht. Zefs schijnt het alsof de forsche
teekening van een aan God en Zijn Woord ontzinkende samen-
leving van een 50 jaar terug, die ik uit het radicale weekblad aan-
haalde, iets van haar zorgwekkende doodschheid heeft verloren.
De vrijmoedigheid, waarmee de atheist en de vrijdenker zijn
goddelooze ideeën propageert mag in ruwheid zijn toegenomen,
daar staat tegenover, dat in het geestesleven van onzen tijd zekere
religieuze tendenzen zich sterker laten gelden dan voorheen.
Toch, ook dit neemt niet weg, dat de moderne mensch, ook in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's