Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 113
REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS. 95
GROEN VAN PRINSTERER sedert 1869 in toenemende mate had aan-
gedrongen (weswege hem de ethische hoogleeraar GRATAMA verge-
leek bij MARAT EN DANTON'J, werd niet gedacht. Ook in dezen is hij
niet gevolgd geworden. Zelfs van een sluiten v a n den kansel voor
moderne predikanten, gelijk GROEN VAN PRINSTERER dat in 1868
ten opzichte van D r ZAALBERG te 's-Gravenhage wilde 2), was geene
spraak. In dezen tijd besloot echter de Amsterdamsche kerkeraad tot
een klein begin v a n plichtsbetrachting, door te weigeren moderne
jongelieden als lidmaat in te schrijven. E n de toen door de Synodale
organisatie aangenomen houding heeft als v a n stap tot stap den
Amsterdamschen kerkeraad gedreven tot het breken met haar. Zelfs
kan ik, die toen ouderling was, en schier in dagelij kschen omgang met
Dr KuYPER en D r RUTGERS leefde, getuigen, dat de eerste stap der
organisatie in dezen, en die bestond in het schorsen v a n een groot
deel van den kerkeraad, door mijne genoemde ambtgenooten geens-
zins als verheugende verrassing werd begroet. Zoo w a s ergeener-
lei bestek van kerkherstel, en althans stond de Vrije Universiteit
geheel buiten het toen uitgebroken conflict.
Hoe ver men nochtans is gegaan met het ten onrechte haar daarin
betrekken, kan moeilijk duidelijker blijken dan uit het in de hoofd-
stad in 1886 verspreide stuk v a n den hoogleeraar D r J. W. GUNNING
en den Raadsheer in het Gerechtshof aldaar, Mr S. WILDSCHUT, die
van de maatregelen, door den kerkeraad der hoofdstad genomen,
om bij conflict met de Synodale organisatie, de eigendommen der
gemeente voor die organisatie onaantastbaar te maken, alzoo ook ten
profijte v a n de Heeren GUNNING en WILDSCHUT, — deze voorstelling
gaven, dat bedoeld w a s „om ten behoeve v a n de Vrije Universiteit
de groote bezittingen der Hervormde gemeente te Amsterdam te
onteigenen," en, „om zich^ ten behoeve v a n de Vrije Universiteit,
gelden toe te eigenen, voor andere doeleinden bestemd," enz. 3).
Zelfs ware te zeggen, dat de Vrije Universiteit in zekeren zin
de positie der Synodale organisatie heeft versterkt.
In 1863 verklaarde D r GUNNING, dat door de kerkorde van 1816 eene
.geheel onprotestantsche hiërarchie" is gevestigd; ja, dat zij is „uit den
geest der verdwaling en des afvals" *), zoodat Dr KUYPER, toen hij haar
') Verband tusschen godsdienst en regt (1871), bl. 42.
") Zie Bijdrage voor kerhgemeentelijk overleg, V (1868), bl. 84.
') Door mij meegedeeld in het Vervolg van de Haarlemsche Courant van 4 Met
(1888); met de toevoeging, dat volgens Jhr. Mr A . F . DE SAVORNINLOHMAN de onder-
teekenaars van dat stuk leden aan de ziekte der Kuyperophobie, waardoor zij niet
ten volle aansprakelijk waren voor wat zij zegden.
^ Geloof en Kerkvorm, blz. 11. Dr GUNNING noemt in dat geschrift de kerkorde
„in strijd met de geschiedenis, het recht en het wezen der Kerk." Ook schrijft hij
d a a r : „Wie zelf geen recht bezit noch kent, k a n het niet aan anderen geven."
In Vormen geest, in hetzelfde j a a r vroeger verschenen, spreekt, op blz. 10, Dr GUNNING
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's