Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 118

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 118

4 minuten leestijd

100 REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS.

Den werkman te dwingen, zich tegen invaliditeit te verzekeren,

had ik den studenten als ongeoorloofd voorgehouden. Mede over-

eenkomstig de uitspraak van Dr KUYPER: „de voorziening in geval

van ziekte en ouderdom; de zorge voor weduwen en weezen; zul-

Daartegenover eischte de Heer COLIJN vrijheid, om binnen aangegeven grenzen

zekere belangen zelf te regelen; vrijheid om de arbeidsvoorwaarden te bepalen,

zonder den politie-agent achter zich. Een beginsel, „dat onder ons geenszins nieuw

is, m a a r dat wij, onder de zuiging van de sociaal-democratie, wat uit het oog

verloren hebben en dat we weer n a a r voren moeten brengen."

Mede schreef De Standaard 18 Aug. 1922: „het is onze vaste overtuiging, dat

indien het met de z. g. sociale wetgeving blijft gaan als tot heden, op den duur

de bedrijven en daarmede ook de werklieden het kind van de rekening worden."

De wetgever zal niet langer mogen zijn „regelend en reglementeerend, m a a r helpend

en steunend het vrije maatschappelijk leven."

E n 18 Oct. 1923: „De tijdsomstandigheden toonen zeer aanschouwelijk aan, dat

de grondslagen der antirevolutionaire politiek, die zich altijd krachtens h a a r

beginsel, dat de rechten der persoonlijkheid huldigt, gesteld heeft tegen staats-

bemoei en staatsalmacht en opkwam voor de rechten der maatschappij en het

particulier initiatief, juist zijn. E n het is ook voor de Antirevolutionaire partij

zelve van belang om weder daarop t e r u g te komen en er ernst mede te maken."

In dien geest ook eene motie, in 1923 aangenomen door de Algemeene Vergade-

ring der Vereeniging van den Chr. Handeldry venden en Industrieëlen Middenstand in

Nederland. (Zie Chr. Middenstander, No. van 24 Oct. 1923; en Studiën en Schetsen, enz.,

dl. XV, blz. 120/21)

In eene rede, door Dr COLIJN 18 Aprii 1922 te Kampen gehouden, zoude deze,

volgens het verslag in de N. Rott. Ct. van 20 April d. o. v. (ochtendblad), gezegd

h e b b e n : „In de j a r e n 1901—1905 ging het nog goed. Maar daarna kwam de

inzinking en de teruggang." Gelijk hij die in het vorige j a a r aldus had geschetst

^Openingswoord, blz. 11), dat er was „leeifeling, waar eertijds zekerheid gevonden

werd." En „neiging tot toegeven aan tegenstanders, niet door te blijven staan op

het onveranderlijk fundament en zich dan zoover mogelijk over te buigen en de

hand te reiken, m a a r door den vasten grondslag te verlaten."

M. i. is het begin der inzinking nog iets vroeger te stellen. Zoo schreef ik in

Studiën en Schetsen enz., dl XIII, blz. 189: „De ellende dagteekent van 1894/96 (de

kieswet-TAK en de kieswet-VAN HOUTEN). Van dien tijd af heeft het aan leiding

o n t b r o k e n ; scheen de gedachte aan het winnen van kiezers overheerschend ;" enz.:

Zie nog t. a. p., dl XII, bl. 43 en volgende; dl XIII, bl. 12. Aldaar, bl. 27, schreef

ik ook, dat men toen tweeërlei soort van vrijzinnigen moest a a n n e m e n : „anti-

revolutionair-vrijzinnigen en vrijzinnig-vrijzinnigen." De Nieuwe Haagsche Courant

gaf 13 Mei 1919 een hoofdartikel, dat ik in Studiën en Schetsen enz., dl XI, blz. 88,

eenigermate noemde, „als een consciëntie-kreet tegen het verdorringsproces in de

anti-revolutionaire partij." Zoo schreef zij: „Wij bespeuren reeds lang, juist ten

aanzien van sommige zaken, waaromtrent ons anti-rev. volk steeds een bepaald

principieel standpunt innam, 'n loslaten van het principe en een wegglijden n a a r

de wederpartij." Het artikel eindigde a l d u s : „Vol is de maat nog niet. Maar

veel scheelt het niet meer."

Ook kon ik in 1917 schrijven ten getuige van het verbleekt zijn van het beeld

der rechterzijde: „Zoo is MR LOHMAN thans voor leerdwang; verzekeringsdwang;

s t e m d w a n g ; openbare a r m e n z o r g ; „pensioen" van 70-jarigen (voorloopig) zonder

s t o r t i n g ; algemeen stemrecht voor Tweede Kamer, Prov. staten en gemeente-

raden ; evenredige vertegenwoordiging; vrouwenstemrecht." (t. a. p., dl IX, blz. 153).

Trouwens schreef De Nederlander reeds 25 April 1911: „Het is onze overtuiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 118

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's