Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 13
GEBEDSURE
moet gelooven, dat Hij is en een Belooner is dergenen, die Hem
zoeken."
Nu beproeft de Heere dat gebedsvertrouwen meermalen. Dat deed
Hij vooral in Jeremia's tijd. Het is zoo gemakkelijk om over Gods-
betrouwen ook in het gebed te spreken, als de zon helder aan den
hemel schijnt; maar als de wolken dreigend samenpakken, komt
het op de oefening aan. Denk aan het woord uit Jesaja's profetie:
„Als hij in de duisternissen wandelt en geen licht heeft, dat hij
betrouwe op den Naam des Heeren en steune op zijn God."
Gij hebt mijn stem gehoord en Gij hoort mijn stem.
Laat ons dat in deze gebedsure voor onze jubileerende Vrije
Universiteit Jeremia nazeggen in hetzelfde gebedsvertrouwen.
Zoo dikwijls is de stichting van onze Hoogeschool met nadruk
een geloofsdaad, een geloofsstuk genoemd. En wij stemmen dit
grif toe.
Maar ik vraag u. Broeders en Zusters, was het juist daarom ook
niet ten volle een gebedsstuk ?
Zeker, onze Vrije Universiteit is een zaak van veel gebed, van
veel worsteling geweest. Dat getuigt geheel haar historie. Trouwens,
hoe kunt ge geloof denken zonder gebed, hoe een geloofsdaad ver-
richten, zonder dat: „Gij hebt mijn stem gehoord en Gij hoort nog
onze stem".
Een van haar leerlingen drukte het verleden week zoo treffend
uit: „Onze Vrije Universiteit is in het bidvertrek geboren onder
veel zorgen, in bange worsteling met innerlijk smeeken. Heel dicht
bij God is dit werk begonnen, bij Zijn hart. Bidders alleen kunnen
geloofsdaden doen. En krachtige geloofsdaden leveren het bewijs,
dat er vurig gebeden is."
Gode zij dank, er zijn onder die bidders geweest mannen van
eer, van naam, van wetenschap, maar ook eenvoudige ongeletterde
lieden — en beide zijn er gelukkig nog.
Als dat moest ophouden, konden we onze Hoogeschool wel sluiten.
Zij moet blijven een zaak van ootmoedig gebed, van vertrouwend
gebed en in deze jubileumweek worde door onzen God uit den
mond van allen, die aan haar arbeiden, van allen, die haar lief-
hebben, vernomen: „Gij hebt onze stem gehoord in het verleden
en Gij hoort nog onze stem."
Jeremia heeft ook den gébedsdrang gekend. Hoor maar: ,, Verberg
Uw oor niet voor mijn suchten, voor mijn roepen."
Het is de dringende smeeking, dat de Heere ook nu zou doen,
gelijk voorheen, het oor niet verbergend voor des profeten ziels-
uitstorting.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's