Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 15

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 15

2 minuten leestijd

GEBEDSURE 7

sneller ten hemel stijgen, dan de welsprekendste woorden. Zoo is

Jeremia's zuchten zeker welsprekend geweest.

En zijn suchten wordt roepen. Als hij eenigszins lucht krijgt,

gebruikt hij den herkregen adem om te roepen tot zijn God. Hier

wordt het juist de krachtige gebedsdrang, die tot roepen leidt. Zoo

is er een climax in het gebedsleven.

Zoo wordt het heilige ernst.

En als ge dan weet, dat onze Heiland zelf gesucht en geroepen

heeft, wordt het u wonder te moede. Het heeft u zooveel te zeggen.

Toen Hij stond tegenover de ellende, door de zonde teweeggebracht,

bij den doofstomme, staat er geschreven: „En opwaarts ziende naar

den hemel, zuchtte Hij". Hij gaf uiting aan het ontroerd gemoed.

Daarom kan Hij zoo goed ons zuchten verstaan. Maar ook leest

ge van Hem, dat Hij met sterke roeping en tranen geofferd

hebbende, verhoord is uit de vreeze. Zoo kan en wil Hij luisteren

naar ons roepen en — verhooren.

Past nu in onze gebedsure voor onze jubileerende Vrije Univer-

siteit ook niet dit Jeremia's woord, die gebedsdrang: „Verberg Uw

oor niet voor ons zuchten, voor ons roepen".

Vraagt ge: Is dat nu geen wanklank bij ons Jubileum, bij de

feestvreugde, te spreken van suchten en roepen ?

Neen, en nogmaals, neen! Want we kunnen eerst blijmoedig

danken, als de gebedsdrang is voorafgegaan.

Werkelijk voor ieder, die niet oppervlakkig de dingen beziet en

niet over de historie van de wording en de ontwikkeling van onze

Vrije Universiteit henenleest; voor ieder, die vooral ook de eerste

tijden heeft doorgemaakt, is deze Jeremia's gebedsdrang in be-

trekking tot onze Hoogeschool niet onbekend.

Het heeft ons diep getroffen nog eens te lezen de eigen woorden

van onzen hooggeschatten en geliefden leermeester, Prof Kuyper,

toen de gedachte aan de oprichting eener Vrije Universiteit hem

niet losliet en hij als gebonden nederlag: „Zielsbange tijden ben ik

toen doorgekropen. Vooral toen de doffe nagalm van Groen's sterven

tot mij kwam, beving mij een verlatenheid, die in ware zielsangst

omsloeg". Zoo schreef hij.

Ja, daar is een suchten en roepen geweest, waar de tegenwerking

zoo groot was, waar vrienden in tegenstanders omsloegen, de strijd

zoo bitter was, de macht van den vijandstond tegenover die kleine,

verachte groep van hen, die ter eere Gods riepen om een Hooge-

school, op Gods Woord gegrond, een School, die niet enkel van

algemeen Christelijke, maar van Calvinistische, ja, zelfs van

nationale be teekenis zou zijn.

Werden de jaren 1874—1880 door één der stichters niet genoemd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 15

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's