Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 15
GEBEDSURE 7
sneller ten hemel stijgen, dan de welsprekendste woorden. Zoo is
Jeremia's zuchten zeker welsprekend geweest.
En zijn suchten wordt roepen. Als hij eenigszins lucht krijgt,
gebruikt hij den herkregen adem om te roepen tot zijn God. Hier
wordt het juist de krachtige gebedsdrang, die tot roepen leidt. Zoo
is er een climax in het gebedsleven.
Zoo wordt het heilige ernst.
En als ge dan weet, dat onze Heiland zelf gesucht en geroepen
heeft, wordt het u wonder te moede. Het heeft u zooveel te zeggen.
Toen Hij stond tegenover de ellende, door de zonde teweeggebracht,
bij den doofstomme, staat er geschreven: „En opwaarts ziende naar
den hemel, zuchtte Hij". Hij gaf uiting aan het ontroerd gemoed.
Daarom kan Hij zoo goed ons zuchten verstaan. Maar ook leest
ge van Hem, dat Hij met sterke roeping en tranen geofferd
hebbende, verhoord is uit de vreeze. Zoo kan en wil Hij luisteren
naar ons roepen en — verhooren.
Past nu in onze gebedsure voor onze jubileerende Vrije Univer-
siteit ook niet dit Jeremia's woord, die gebedsdrang: „Verberg Uw
oor niet voor ons zuchten, voor ons roepen".
Vraagt ge: Is dat nu geen wanklank bij ons Jubileum, bij de
feestvreugde, te spreken van suchten en roepen ?
Neen, en nogmaals, neen! Want we kunnen eerst blijmoedig
danken, als de gebedsdrang is voorafgegaan.
Werkelijk voor ieder, die niet oppervlakkig de dingen beziet en
niet over de historie van de wording en de ontwikkeling van onze
Vrije Universiteit henenleest; voor ieder, die vooral ook de eerste
tijden heeft doorgemaakt, is deze Jeremia's gebedsdrang in be-
trekking tot onze Hoogeschool niet onbekend.
Het heeft ons diep getroffen nog eens te lezen de eigen woorden
van onzen hooggeschatten en geliefden leermeester, Prof Kuyper,
toen de gedachte aan de oprichting eener Vrije Universiteit hem
niet losliet en hij als gebonden nederlag: „Zielsbange tijden ben ik
toen doorgekropen. Vooral toen de doffe nagalm van Groen's sterven
tot mij kwam, beving mij een verlatenheid, die in ware zielsangst
omsloeg". Zoo schreef hij.
Ja, daar is een suchten en roepen geweest, waar de tegenwerking
zoo groot was, waar vrienden in tegenstanders omsloegen, de strijd
zoo bitter was, de macht van den vijandstond tegenover die kleine,
verachte groep van hen, die ter eere Gods riepen om een Hooge-
school, op Gods Woord gegrond, een School, die niet enkel van
algemeen Christelijke, maar van Calvinistische, ja, zelfs van
nationale be teekenis zou zijn.
Werden de jaren 1874—1880 door één der stichters niet genoemd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's