Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 159
REDE MR G. H. A. GROSHEIDE 137
een bedrag van meer dan VIER HONDERD TWEE EN DERTIG
DUIZEND GULDEN mag ik U thans overdragen.
En nog in een ander opzicht durf ik het uitspreken: de climax t's er.
Tot dit bedrag droegen als in 1905 kleinen en grooten, rijken en
armen bij, doch thans meerderen in getal, gevers in binnen- en
buitenland, uit Europa en uit andere werelddeelen.
Dat deze 41/4 ton aan Directeuren kan worden overgedragen,
stemt om meer dan één reden tot dankbaarheid. Slechts zeer in het
kort moge ik ze aanstippen:
Het verloren gaan van den effectus civilis is voorkomen.
Voorts: Het Nederlandsche volk heeft getoond, dat het met
Gods hulp de verwachtingen, door zijn leiders geuit, niet heeft
beschaamd.
Hoe zouden wij ons bij een mislukking hebben moeten gevoelen
tegenover een uitlating van Dr Kuyper als Minister in de zitting
van de Tweede Kamer van 24 Februari 1904: „Ik wil wel zeggen,
dat wanneer de Vrije Universiteit te Amsterdam bleef bij drie
faculteiten en niet binnen afzienbaren tijd uitgroeide, zoodat ze ook
de overige faculteiten formeerde, zij m. i. dan zou toonen niet door
den rechten drang der geheele wetenschap te worden bewogen."
Of, hoe hadden wij gestaan tegenover het geloofsvertrouwen van
een Woltjer, die wijzend op de groote kosten sprak: „Is dit werk
uit God, zooals wij vastelijk gelooven, zoo zal het, trots alle be-
zwaren, bevestigd worden, dan zal Hij zorgen gelijk Hij tot dusverre
gedaan heeft, want Hij laat niet varen de werken Zijner handen."
En nu de derde reden van blijdschap.
Financieel, en gelukkig ook uit anderen hoofde, is thans de
vorming der Wis- en Natuurkundige faculteit verzekerd. Zij is zooals
Gij, Exc.'), mededeelde, gisteren gesticht. Een faculteit, welker hooge
roeping wijlen Prof Woltjer op de jaarvergadering van 1911 aldus
schetste: „Wel zal de Vrije Universiteit er naar streven op het ge-
heele gebied der wetenschap, dus ook der wis- en natuurkunde, bij
het licht van Gods Woord en overeenkomstig den aard en den
maatstaf van het menschelijk kunnen en de natuur der door God
geschapen dingen^ zuivere wetenschap te onderwijzen, over te
leveren en voor'de practijk van het leven vruchtbaar te maken."
En nu de toekomst!
Mijnheer de President, ik volsta met de verwachting uit te spreken,
') Mr Th. Heemskerk, President van Curatoren en Voorzitter der Middagvergadering
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's