Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 82
66 RECEPTIE VAN DEN SENAAT
zelfbehoud en internationale plicht aan het Nederlandsche Volk
stellen: binnen de grenzen zijner geldelijke krachten, weerbaar te
blijven in alle rijksgebieden, van Oost tot West en van West tot Oost.
Gij, die daar ginds een vooraanstaande plaats bekleedt en een
toonaangevende, leidende rol vervult in de internationale Raad-
zalen van hen, die arbeiden aan den opbouw eener nieuwe rechtsorde
onder de staten en aan de regeling en verbetering der internationaal-
economische verhoudingen, als zijnde de onmisbare voorwaarden
ter bevordering van een duurzamen vrede, Gij aarzelt nimmer,
waar het nood doet, voor Uwe overtuiging op te komen, dat in
den huldigen wereldtoestand, voor een klein land, gelegen in
strategisch-kwetsbare positie op een kruispunt van internationale
verwikkelingen en mogelijke conflicten, behoorlijke weerbaarheid
de eenige bereikbare waarborg is tot handhaving van zijn zelf-
beschikkingsrecht en ter verzekering zijner onzijdigheid.
Daarom verheugen zij, die het wel meenen met de verdediging
des Rijks, als vrede-instrument bij uitnemendheid, zich oprecht in
de hulde U heden gebracht. Zij allen, niet het minst de Vereeniging
Ons Leger, blijven met vertrouwen tot U opzien als den wakkeren
onversaagden kampioen, die stand zal houden op de bres, zoo
dikwijls de zwakke veste onzer landsverdediging door binnenlandsche
politieke of finantieele perikelen mocht worden bedreigd.
Van deze gevoelens moge de bescheiden bloemhulde getuigen,
welke wij de eer hebben U namens De Koninklijke Nederlandsche
Vereeniging Ons Leger aan te bieden.
Antwoord van Dr H. Colijn.
Ik stel het op hoogen prijs, dat de Koninklijke Nederlandsche
Vereeniging Ons Leger mij op dezen dag niet alleen bedacht heeft
met een gelukwensch, doch zelfs met een bloemenhulde. En dit
te meer, hooggeachte Generaal Snijders, wijl zij U uitnoodigde
daarbij haar tolk te zijn. De arbeid der Vereeniging wordt door
mij hoogelijk gewaardeerd en dat de Vereeniging op dezen dag
aan mij gedacht heeft, stel ik ook daarom op prijs. Maar meer
nog, ik herhaal het, dat gij haar woordvoerder zijt. U hebt zoo-
even gezegd, dat U aangename herinneringen hadt aan den tijd,
dat U als Chef van den Generalen Staf werkzaam waart, tijdens
ik Minister van Oorlog was. Het aangename in die herinneringen
is wederkeerig. Ik kan getuigen, dat de jaren die ik met U aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's