Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 240
210 REDE PROF. MR A. ANEMA
Slotwoord van Prof. Mr A. Ancma.
Zij het mij thans vergund, zelf nog een kort woord ter sluiting
van onze herdenkingssamenkomsten tot U te richten. Niet om aan
de vele voortreffelijke redevoeringen, die wij in deze dagen ge-
hoord en genoten hebben, er nèg eene toe te voegen, maar om
een oogenblik te Uwen overstaan den vrijen teugel te laten aan
de gedachten, die in dagen als deze, zich evenals bij U zoo ook
bij mij vermenigvuldigen.
En dan dringt zich vooral telkens weder deze vraag op: waarin
schuilt toch eigenlijk de waarde onzer Universiteit, dat wij ons
voor haar zoo warm maken, dat wij ons allen zoo dankbaar ge-
voelen, dat zij het een halve eeuw onder alle inwendige en uit-
wendige stormen zoo goed heeft uitgehouden niet alleen, maar ook
gestadig in groei en bloei is toegenomen. Wat is toch eigenlijk de
oorzaak dat wij allen zoo gaarne onze uiterste kracht inspannen,
elk naar de plaats waarop hij is gesteld en met de stoffelijke en
geestelijke hulpbronnen, waarover hij beschikt; om de vastheid
van haar voortbestaan en den regelmatigen voortgang van haar
ontwikkeling voor de toekomst te verzekeren ? Waarom heeft Cal-
vijn, toen hij aan de geheele toenmalige wereld — en hoe diep
was zij in zijn dagen geestelijk geschokt! — met zijn genialenge-
dachtengang nieuwe paden poogde te wijzen, waarop zij God zou
kunnen ontmoeten en naar Zijn ordonnantiën zou kunnen wan-
delen, als fundament van vastigheid te Geneve een Universiteit
gesticht? Waarom heeft Dr Kuyper, die toch ruim zooveel een
man van de daad als van de gedachte was, die in de kerk en staat
èn maatschappij als een strijdbaar held hervorming na hervorming
wist te bewerken, met klimmenden nadruk steeds weer op den
voorgrond gesteld, dat hij de oprichting der Vrije Universiteit als
het middelpunt en het hoofdwerk aan zijn levensarbeid self be-
schouwde en door anderen wenschte beschouwd te zien?
Met een wijzen op de practische noodzakelijkheid kunt ge U van
die vraag niet afmaken. Zeker, er waren voor Calvijn zoowel als
voor Kuyper practische beweegredenen te over om een Universiteit
in het leven te roepen. Er was bitter behoefte aan geestelijke leids-
lieden voor de nieuwe beweging, aan betrouwbare stuurlieden op de
nieuwe stroomingen van hun tijd. Dat was het practisch motief
dat in dezen tot handelen drong. Maar dat betrof alleen de aan-
leiding, en raakt niet de oorzaak van hun streven. Die lag veel
dieper.
Overziet men den loop der geschiedenis die achter ons ligt, en
ziet men tevens vooruit in de toekomst, dan is altijd weer voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's