Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 14

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 14

2 minuten leestijd

Il

I <

6 GEBEDSURE

Ieder woord getuigt hier van den innerlijken drang des harten.

Jeremia kan niet loslaten, het is als een stroom, die overal door-

heen dringt.

Let vooral op dat: Verberg Uw oor niet. Vindt ge hier niet

duidelijk de belijdenis, dat de Heere met recht Zijn oor gesloten

kon houden en zich om de zonde Zijns volks zóó kon verbergen,

dat de stem niet doordrong. Enkele verzen te voren staat toch:

„Gij hebt U met een wolk bedekt, zoodat er geen gebed door-

kwam".

Jeremia heeft het zoo diep doorvoeld gezegd: „Het zijn de

goedertierenheden des Heeren^ dat wij niet vernield zijn". Hoe

werd innig en oprecht de onwaardigheid beleden en daarom:

„Verberg Uw oor niet!" Zoo verklaart zich nog meer de gebeds-

drang. Juist het besef van kleinheid, van onwaardigheid, van ver-

ootmoediging, bevordert de diepte van het gebedsleven.

Het gezicht van eigen geringheid en de Majesteit Gods, van

eigen onmacht en de Almacht des Heeren, van eigen ellende en

van Goddelijke ontferming bant uit de ziel alle oppervlakkigheid

bij het gebed. Hier openbaart zich vooral het werk van den Heiligen

Geest, die uitdrijft tot gebed, en die den drang als 't ware inwerpt

in de ziel van den bidder.

En zoo komt het tot suchten en roepen.

Verberg Uw oor niet voor mijn suchten, voor mijn roepen.

Zuchten, het is de hoorbare onuitgesproken uiting van innerlijke

bezwaardheid, gedruktheid, benauwing; het is de persing van het

innerlijk gevoel, dat een uitweg zoekt. Zoo wordt de 0?<c^/geboren.

Het echte zuchten kan als 't ware boekdeelen spreken, er kan zoo-

zooveel achter verborgen zijn. Maar dan moet het niet zijn als bij

sommigen, een zuchten zonder grond, zonder oorzaak, zonder inhoud.

Bij Jeremia was het alles zoo echt, zoo waar, ook dat zuchten. En

Hij, die luistert naar het onbewust zuchten der onbezielde schepping,

denk aan Romeinen 8; Hij die let op den uitroep van den profeet

Joel: „O, hoe zucht het vee"; zou Hij niet hooren naar het bewuste

zuchten uit een getroffen en beklemd hart, naar hen, die de eerste-

lingen des Geestes hebben en die zuchten, bezwaard zijnde. Jeremia

heeft rekenschap kunnen geven van zijn zuchten in dagen van zoo

zwaren strijd, van zooveel bittere ellende.

En zijn God verstond den inhoud.

Met mijn zuchten en mijn zorgen

Niet verborgen

Daar Gij alles ziet en weet.

De Engelsche dichter Milton heeft eens gezegd, dat zulke zuchten

!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 14

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's