Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 165

Bekijk het origineel

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 165

2 minuten leestijd

ANTWOORD DR H. COLIJN 143

eerste plaats heeft hij zichzelf vergeten en in de tweede plaats

zijn medeleden van het Moderamen van het Uitbreidings-comité.

Gij zoudt niet willen, dat wij heden zouden uiteengaan, zonder

dat die leemte aangevuld was.

Daarom ga ik dat voor U doen.

Er zijn menschen, wier roeping het is in de wereld, om inalge-

meenen zin wel eens een commando te geven. Dat valt mij een

enkele keer te beurt. Zoo heb ik het commando eenigen tijd ge-

leden gegeven: er moet drie ton komen. Maar het is heel wat

gemakkelijker, om een dergelijk commando uit te spreken, dan om

het bij elkaar te brengen. Maar als er menschen zijn, zooals

het Moderamen van het Uitbreidings-comité, en vooral menschen

zooals Mr Grosheide, dan is het mogelijk om het doel te bereiken.

Het zou mij te ver voeren, indien ik uitvoerig ging uiteenzetten,

welke enorme arbeid door dat Comité en met name door zijn

voorzitter — dan ga ik het geheele Comité maar in zijn persoon

samenvatten — is verricht geworden. Maar het is mij een oorzaak

van bijzondere vreugde, dat ik vanmorgen heb kunnen meedeelen

aan de vergadering, dat een dergelijke verdienste ook aan het oog

van de Regeering niet is ontgaan en dat de Regeering heeft willen

waardeeren het werk door den heer Grosheide verricht, door hem

te benoemen tot Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw.

En nu heeft het Moderamen van het Uitbreidings-comité mij

verzocht, om als een bewijs van dankbaarheid in Uw aller tegen-

woordigheid hem het „Virtus Nobilitat" op de borst te spelden.

(De heer Dr Colijn speldt den heer Grosheide het kruis op de borst.)

En nu zou ik in deze openbare vergadering tevens een enkel

woord van dank willen spreken ten aanzien van den man, die het

Uitbreidings-comité en met name het Moderamen, met zooveel

energie en vlijt heeft ter zijde gestaan, den heer Faber.

Het doet mij genoegen u ook te kunnen mededeelen, dat het de

Regeering behaagd heeft den arbeid van den heer Faber te eeren

door hem tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau te benoemen.

Daarmede, M. de V. heb ik mijn taak vervuld.

De Voorzitter. Toelichting op al deze verblijdende feiten, is ge-

loof ik overbodig. Zij zijn zoo welsprekend, dat het het beste is,

nu maar de kracht daarvan te overdenken.

Ik heb thans den aangenamen plicht, om het woord te geven aan

den Minister President.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's

Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's