Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 22
14 REDE PROF. DR H. H. KUYPER
En voorts gij allen, die van wat naam of rang ook
herwaarts opkwaamt om dese plechtigheid met uwe
tegenwoordigheid te vereeren,
Zeer geachte Toehoorders en seer gewenschte Toehoor-
deressen.
Het was de grijze Kerkhistoricus MoU, hoogleeraar van Amster-
dam's Athenaeum, die in zijne rede over de idee der Universiteiten
in hare historische ontwikkeling in 1872 gehouden een warm pleidooi
voerde voor de oprichting van Vrije Universiteiten naast de Staats-
hoogescholen, daarbij den wensch uitsprak, dat te Amsterdam zulk
een Vrije Universiteit zou worden opgericht stad en land ten goede
en de profetie waagde, dat deze wensch eerlang vervulling zou
zien. Die profetie is vervuld, zij het in anderen zin dan Moll be-
doelde, toen zestien jaren later de eerste Vrije Universiteit in ons
vaderland te Amsterdam geopend werd. Al worden de jubilea eener
Universiteit niet naar decenniën, maar naar de eeuwen van haar
bestaan gerekend, toch was er reden, nu onze Hoogeschool een
halve eeuw bestaan heeft, dit feit op feestelijke wijze te gedenken.
Haar stichting was een geloofsdaad. De toekomst moest uitwijzen,
of het heroïeke pogen gelukken zou, om zonder staatssubsidie en
staatsprivilege, alleen steunende op de kracht van haar beginsel
en de offervaardigheid van ons Gereformeerde volk zulk een hooge-
school in stand te houden. Zij heeft die krachtproef glorieus door-
staan. Nu zij haar gouden feest vieren mag, behoeft aan haar
vitaliteit wel niet meer getwijfeld te worden. Het stekje toen in
Neerland's tuin geplant, groeide op, wel niet met den snellen was-
dom van Jona's wonderboom, maar toch zoo, dat er gestadige toe-
neming was in kracht. En hoe zwaar de stormen ook zijn geweest,
die over haar zijn heengegaan, stormen, die haar menigen kostbaren
tak hebben ontroofd en haar tot in den wortel hebben geschokt,
het bleek, om het schoone beeld van Jesaja over te nemen, dat
evenals in den haageik, ook na de afwerping der bladeren, nog
steunsel is, zoo ook voor haar het heilige zaad, haar toebetrouwd,
zijn levenskracht nooit heeft verloren. De dank daarvoor komt niet
ons toe, maar God den Heere, die naar het woord van haar stichter
uit genade haar aan ons volk schonk en trots al onze zwakheid
haar in stand hield en bewaarde.
Het is een eervolle taak, die mij werd opgedragen door Direc-
teuren onzer School om op dezen feestdag de herdenkingsrede te
houden. Er ligt in die opdracht, ik weet het, een stille hulde aan
den naam, dien ik draag. Maar des te dieper gevoel ik het gewicht
van de taak, nu ik als zoon geroepen word den oorsprong, ont-
wikkeling en beteekenis u te schetsen van de Hoogeschool, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's