Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 207
REDE F. L, VAN DER BOM 181
heeft ons dat niet bijzonder verrast. Wij kennen U reeds sedert
geruimen tijd. Wij kennen Uwe belangstelling voor de werken
van Dr Kuyper en voor de Gereformeerde theologische werken in het
Nederlandsch verschenen in het algemeen. Wij weten, hoe Gij
in Uw vaderland een boekwerk het licht hebt doen zien, om den
levensarbeid van Dr Kuyper te schetsen. Wij konden dus ver-
moeden, dat Gij hier tot ons spreken zoudt in het Nederlandsch. Een
verrassing was het voor ons, dat onze Elberfelder Pastor in staat
was hier in het Nederlandsch ons toe te spreken en de goede
wenschen van de Elberfelder gemeente aan ons over te brengen.
Wij danken U daarvoor oprecht en wij verzoeken U wederkeerig
om aan de gemeente te Elberfeld en Gij, Dr Kolfhaus, aan den
Gereformeerden Bond in Duitschland, onze groeten over te brengen
niet alleen, maar ook onzen zegenwensch, dat het Calvinisme in
Uw vaderland moge groeien en bloeien. Wij kennen Uw strijd;
wij weten hoe zwaar Gij het hebt, om het Gereformeerde beginsel,
het Calvinisme, tot ontwikkeling te brengen. Maar wij weten het
ook, krachtens de ervaring in ons eigen land, dat er tijden zijn
dat één enkel man slechts de zaak ter hand moet nemen, die
getrouw zaait, die het overigens niet meer ziet groeien, doch dat
daarna onder Gods genade een geslacht opstaat, dat den oogst met
rijpe schooven binnenhaalt. Zij dat ook het resultaat van Uw arbeid,
van de Gereformeerde voorgangers in het wel niet stam-verwante,
maar toch in menig opzicht wel verwante Duitsche volk.
Nu had ik nog twee sprekers, die ik elk 5 min. zou geven,
want aan alles moet een einde komen, ook hieraan. Die twee
sprekers zijn de heeren Smeenk, die zou spreken namens Patri-
monium en de heer J. Deutekom, die zou spreken voor de Kies-
vereeniging Nederland en Oranje te Amsterdam. Beiden hebben
echter verzocht van het woord af te mogen zien, met het oog op
het vergevorderde uur.
Dan ben ik aan den laatsten spreker toe, den heer Van der Bom,
voorzitter van het Locaal Comité, dat dit feest en alles wat daar-
aan voorafging, en alles wat er nog mocht volgen, heeft georganiseerd.
Aan hem is dus het woord.
Rede van den Heer F. L. van der Bom.
Het is ietwat moeilijk voor mij het woord te voeren. Dat Jdit
moeilijk is, ligt aan het antwoord dat U, Dr Colijn gegeven hebt,
toen U hier een garnituur meubelen voor de Senaatskamer werd
aangeboden. U heeft toen gezegd, dat de V. U. of liever, de Ver-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's