Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 166
144 REDE JHR MR CH. J. M. RUYS DE BEERENBROUCK
Rede van Z.Exc. Jhr Mr Gh. J. M. Ruys de Beerenbrouck.
Mijnheer de Voorsitter,
Voor de hartelijke woorden, waarmede Gij mij welkom hebt
geheeten en voor de instemming daarmede betuigd, door U, dames
en heeren, beste dank. Gaarne ben ik hier heen gekomen.
De cultureele geschiedenis van het Nederlandsche Volk heeft
in deze dagen een merkwaardig feit te boeken: een confessioneele
instelling van hooger onderwijs herdenkt haar vijftigjarig bestaan,
herdenkt haar bestaansrecht en haar bestaansreden gedurende een
halve eeuw!
En een bevolkingsgroep, doortrokken van een diep en eerlijk
beginsel, ziet op dien dag met rechtmatige voldoening de rijpe
vrucht van haar arbeid, waarvoor zij veel en zwaar offerde.
Wie de beteekenis dezer feiten tot zich laat komen, wordt ge-
troffen door de kracht van dat beginsel, door de edelmoedigheid
van dat offer.
Wie bovendien beseft en op waarde schat de moedige geschiede-
nis van deze instelling, onbegrepen door de tijden en in vele kringen
die haar jong zagen, hij gevoelt eerbied voor hen, die dit leven
wekten en het lieten leven en hij is hun hulde verschuldigd.
Het is mij bekend. Mijne Heeren, dat gij het zijt, die het bestaan
van deze Universiteit hebt mogelijk gemaakt en blijft mogelijk
maken, die haar voorspoedigen groei hebt bevorderd door voort-
durende offers van U en Uw geestesvrienden.
Hoewel in het bezit van een andere overtuiging, die, zooals iedere
overtuiging gelijke offers vraagt, durf ik beoordeelen de voldoening
over Uw edelmoedigheid, die zwaar en veeleischend was, en die
U een belangrijk aandeel schenkt in de vreugde van dezen dag.
Zoo is deze dag voor een groot deel Uw feest, Uw dag. Dit
gouden bestaansfeest hebt gij met goud betaald. De waarde eener
godsdienstige vorming van tallooze Christusbelijders in het openbare
leven van thans, wordt mede gedankt aan den ernst van Uwe
overtuiging!
Hier raak ik aan de diepere beteekenis van het streven naar — van
de behoefte mag ik zeggen — aan bijzonder onderwijs, hetzij lager,
middelbaar of hooger, waaraan onze dagen. Goddank, steeds minder
bijzonders leeren zien. Leeren zien, want wat eigenmachtige tijden
hebben verwaarloosd en eigenmachtige menschen hebben verleerd,
moet men weer leeren zien. Leeren dienen moet men Gods Wezen;
leeren begrijpen de leiding van Zijn wijze hand, wil men in waar-
heid — ook — hoogere studie maken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's