Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 187
REDE PROF. DR J. WILLE 163
gaarne aanvaard. Ik heb mij daarvan niet laten weerhouden door
een opmerking van een collega, een goed vriend, die zijn verbazing
daarover te kennen gaf, dat ik in dit geval een kreeftengang ging.
In gewone gevallen, zeide hij, is een bibliothecaris van een Uni-
versiteit er op uit, het is zijn ideaal, om een hoogleeraarsplaats en
titel te verkrijgen. Doch gij schijnt daar niet mee ingenomen te
zijn, en wilt bibliothecaris worden. Zijn plagende scherts heeft mij
niet afgeschrikt. Het was ook geen wisseling van ambt, ik hield
wat ik had, en nam slechts erbij wat mij paste. Van jongsaf was
ik bibliophiel; en iemands aard wil zich graag uiten in zijn arbeid.
Het doet mij genoegen, hierin collega te mogen heeten van onzen
geëerden Dr Rullmann, zij het, dat mijn belangstelling een ietwat
andere hoofdrichting had. Daarbij had ik ook mijn bijzondere be-
doeling ten opzichte van deze bibliotheek. Toen ik, na reeds jaren
aan de V. U. in functie te zijn geweest, haar voor het eerst bezocht,
— veel bezoek trok ze in dien tijd ook niet, — toen kreeg ik sterk
den indruk, dat er groote achterstand was, die men aan allerlei
omstandigheden kon wijten. En ik meende, dat het in het belang
van de V. U. zou zijn, indien die achterstand werd ingehaald. Ik
had daarbij bepaalde idealen op het oog, ten opzichte van deze /
bibliotheek. Mijn bedoeling was niet, dat zij een gelijke zou worden
van andere Universiteits-bibliotheken. Dat zou niet kunnen en ook
overbodig zijn. Maar wat wij noodig hadden was m. i. dit. In de
eerste plaats een volkomen beschikking over alles, wat onmiddel-
lijk dienstig is voor het onderwijs, en in de tweede plaats, of de
voornaamste plaats misschien, een zooveel mogelijk volledige
verzameling van alles, wat rechtstreeks in betrekking staat tot
ons eigen geestesleven. Ik bedoel dus, het geestesleven van de
Gereformeerden in Nederland, en ook in de wereld daarbuiten, en
alles wat daarmede in nauw verband staat, van de oudste periode
tot den nieuwsten tijd.
Met het oog daarop heb ik gaarne dit ambt aanvaard. Wij
hebben, met grooten steun en medewerking van heeren Directeuren,
een begin gemaakt met de inrichting van nieuwe College-bibliothe-
ken. En er is bezig te ontstaan een groote bibliotheek. Naast die
groote verzameling van allerlei werken, die betrekking hebben op
onze eigen geestesgeschiedenis, wenschen wij ook allerlei andere
documenten daaromtrent te verwerven, buiten boeken en tijd-
schriften, als portretten, prenten en handschriften, inzonderheid
brieven en belangrijke stukken uit de geschiedenis van onze vaderen,
voorvaderen, en leidslieden. Zulk een verzameling eischt veel tijd
en kosten, en zal een zaak zijn van langdurig voortgezette inspanning.
Het kan dan ook niet anders of het moet mij ten zeerste ver-
heugen, dat de feestgave die door de dames bijeen is gebracht bij
«' A a ^ fij-'-* v „ -.^.kiJ't. 1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's