Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 117
REDE PROF. MR. D. P. D. FABIUS. 99
Tegen openbare armenzorg was ik, ook in eene afzonderlijke
studie'), opgekomen en deed ik het bij mijn onderwijs; zulks in
hartelijke aansluiting bij den eenparigen strijd, door de anti-revo-
lutionaire leden van de Tweede Kamer der S.-G. daartegen in
1854 gevoerd.
Tegen het Staatssocialisme, dat op ons staatkundig erf in deze
eeuw schier onbetwiste hoogtij viert, had ik mij op mijne colleges
herhaaldelijk uitgesproken; geheel in den geest van Dr KUYPER'S
waarschuwing op het Sociaal-Congres, dat de anti-revolutionaire
partij moest toezien, zich niet te laten medesleepen door de staats-
socialistische leer, die „in VON BISMARCK haren gewenschten staats-
man" vond^).
lijkheid om te strijden voor de bescherming van het gezin, zoo m a g wel op
den voorgrond staan verzet tegen den leerdwang. Daarbij bedenke men, dat de
leeftijdsgrens voor den leerdwang betrekkelijk willekeurig is. Minister GOEMAN
BoEGESiüS, van wien het wetsontwerp te dezer zake afkomstig is, stelde in uitzicht
eene regeling tot 16- of 17-jarigen leeftijd. Dat de Regeering destijds tot het 13e
levensjaar ging, was alleen, omdat voor het herhalingsonderwijs de vereischte
inrichtingen nog ontbraken. Ook is de leeftijdsgrens met één j a a r verlengd. W i e
niet principieel zich tegen leerdwang kant, zal immer zwak staan tegenover voor-
stellen tot uitbreiding. Gelijk dit geldt van het zwakke standpunt van De Standaard,
die te voren tegen leerdwang was, m a a r 22 Mei 1924 zich verklaarde ten gunste van
leerdwang voor zes leerjaren, wijl dit is „wat niet minder kan." Maar „une halte
salutaire n'est pas Ie salut." (GUIZOT)
Nog zij er op gewezen, hoe willekeurig men thans met den leerdwang handelen
wil in Engeland en Duitschland, door dien te gebruiken, om de arbeidsmarkt te
beperken, en alzoo de werkloosheid te verminderen. Dan ware nog redelijker on-
geschoolde arbeiders aan vak-leerdwang te onderwerpen. Zoo althans in genoemde
landen zich hetzelfde verschijnsel voordoet, als waarover hier te lande vaak is
geklaagd, — in Rusland schijnt hetzelfde zich voor te doen —, dat, terwijl het aantal
ongeschoolde arbeiders te groot is, daarentegen het aantal geschoolde arbeiders
te gering. Van welke wanverhouding wellicht de voornaamste oozaak is het
opdrijven van de loonen voor ongeschoolden, die men als uitgangspunt, als de
normalen neemt, in stede van als beneden-normalen. Door het verkleinen van de
loonmarge tusschen geschoolden en ongeschoolden wordt de verleiding voor
jongelieden groot, om af te zien van scholing.
Zoo ontwricht men op allerlei manier de natuurlijke verhoudingen in het leven
steeds meer.
') Armenzorg (1912). Voorts in denzelfden geest in Sociale Vraagstukken (1906).
Geheel in dien zin ook M E H . BIJLEVELD in 1920 in een prae-advies voor de Ver-
eeniging voor Armenzorg en Weldadigheid.
2) Het sociale vraagstuk en de Christelijke religie (1891), blz. 30. Ook sprak
Minister COLIJN zich in De Christen-Patroon, naar de N. Rott. Ct. 18 Jan. 1922 aan-
haalde, aldus over het onchristelijke van de Arbeidswet u i t : „De doodende unifor-
teit die bij ons gezien wordt, is met de rijke variëteit van het leven in strijd
en dus onchristelijk van aard."
E n voorts: „Onze vrijheidsbeperkingen dragen een socialistischen stempel. Dien
van het Staatssocialisme. Ze zijn in wezen on-Nederlandsch; ze zijn zeker niet
anti-revolutionair (christelijk-historisch). Onze beperkingen van de vrijheid zijn
ingegeven door een doodelijke vrees, dat iedere vrijheid gevaarlijk is."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's