Gedenkboek van de viering van het 50-jarig bestaan der Vrije Universiteit te Amsterdam op 20-22 oktober 1930 - pagina 41
REDE PROF. DR H. H. KUYPER 31
Weg met den dienst der heiligschennis,
Gij hoort den Goël toe, wiens kennis,
Eerlang het aardrijk overdekt.
Ik zal niet in de snijdende scherpe taal van een Da Costa u
doen beluisteren, hoe in de eeuw, die na de Revolutie aanbrak,
trots al den roem, dien ze droeg op haar hooge verlichting, de
wetenschap, doordat ze ontworteld was van het geloof, tot heilig-
schennis was geworden. Laat me liever de klacht u mogen ver-
tolken in de zoetvloeiende woorden van Frankrijks grooten dichter
Victor Hugo, die na eerst in één zijner beroemde odes, al de
heerlijkheid van zijn eeuw bezongen te hebben, eindigt in den
mineurtoon met te zeggen :
Mais parmi ces progrès, dont notre age se vante,
Dans tout ce grand éclat d'un siècle éblouissant,
Une chose o Jesus en secret m'épouvante,
C'est l'écho de ta voix qui va s'affaiblissant.
Het is eer te zwak dan te sterk uitgedrukt. De stem van dien
Christus, die ook voor de wetenschap de weg, de waarheid en het
leven is, werd nauwelijks meer beluisterd in den kring onzer
Scholen van wetenschap. Het is daarom, dat onze Vrije Universi-
teit werd opgericht. Ze wilde niet alleen de schatting van haar
eerbied en hulde aan de voeten van den door God gezalfden Koning
neerleggen, maar ze wilde ook het licht, dat door Hem ons
ontstoken is, op heel het gebied der wetenschap weer doen uit-
stralen. Ik meen, terugziende op de halve eeuw van haar bestaan,
dat ze bij al de zwakheid, die ons menschelijk pogen aankleeft,
aan die hooge en heerlijke roeping niet ontrouw is geworden. Al
heeft ze de wereld der gedachten nog niet herschapen en het be-
wustzijn van ons gansche volk niet omgezet, ze heeft toch tegen
den stroom van revolutie en ongeloof, die ons dreigde mee te
sleepen in zijn kolken, de Banier van het Evangelie weer opgericht,
en ze is in Gods hand het middel geweest om duizenden voor den
afvalvanhetChristelijkegelooftebewaren. Zoo treedt ze de nieuwe
periode van haar bestaan in. Den ernst van de taak, die haar
wacht, vooral in onze van onheil zwangere tijden, ontveins ik mij
niet. De fundamenten zijn gelegd, maar de opbouw der Christe-
lijke wetenschap eischt niet minder inspanning van onze kracht.
Zou bij het zien van de zwaarte van die roeping schier de moed
ons ontzinken, moge dan het devies onzer Hoogeschool het Auxilium
nostrum in nomine Domini ons wijzen op Hem, onzen Vader in
de hemelen, die de Springader van alle waarheid, de Fontein van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Publicaties VU-geschiedenis | 262 Pagina's